Er is weer een oplossing bedacht voor een probleem dat al jaren speelt. We gaan de jeugdzorg in Drenthe anders organiseren. Drie bestaande samenwerkingsverbanden worden samengevoegd tot één regionale organisatie. Twaalf gemeenten moeten samenwerken en vanaf 1 januari 2027 moet de nieuwe constructie van start gaan.
De gedachte erachter zal ongetwijfeld goed bedoeld zijn. Samenwerken, efficiënter werken, de zorg verbeteren en misschien op termijn geld besparen. Het klinkt allemaal prachtig op papier. Maar wie de geschiedenis van bestuurlijk Nederland een beetje kent, weet dat schaalvergroting bepaald geen garantie is voor succes.
Sterker nog, we hebben inmiddels heel wat voorbeelden gezien waarbij organisaties groter werden, de afstand tot de burger toenam, de bureaucratie groeide en de beloofde voordelen maar moeilijk zichtbaar werden. Eerst wordt er gereorganiseerd, vervolgens moet de nieuwe organisatie worden ingericht, komen er nieuwe overlegstructuren en verantwoordelijken en moet iedereen wennen aan de nieuwe werkwijze. En ondertussen? Ondertussen wachten mensen op de hulp waarvoor die organisatie eigenlijk is opgericht.
Kijk naar de cijfers in Emmen. De nieuwe regionale samenwerking gaat de gemeente vanaf 2027 jaarlijks 579.000 euro extra kosten. De bijdrage van Emmen stijgt naar ruim 1,76 miljoen euro. Daarvan hangt 375.000 euro samen met een nieuwe verdeelsleutel. Voor dat bedrag is volgens de berichtgeving nog geen concrete dekking gevonden binnen het bestaande jeugdhulpbudget.
Het college wil dat financiële probleem binnen de gemeentelijke begroting oplossen. Maar waar het geld precies vandaan moet komen, is nog niet duidelijk. En daar begint mijn verbazing.
We gaan een nieuwe organisatie optuigen, we weten dat dit de gemeente extra geld gaat kosten, maar de financiële dekking is nog niet volledig geregeld. Dat vraagt toch om een paar stevige vragen voordat de gemeenteraad definitief instemt.
De VVD had verwacht dat de samenwerking juist geld zou besparen. Ook andere partijen vroegen om duidelijkheid over de kosten en de invloed van de gemeenteraad. Terecht. Want als drie organisaties worden samengevoegd tot één, wil ik wel weten waar de besparing dan precies vandaan moet komen. Of is het vooral de bedoeling dat we straks met één grotere organisatie dezelfde problemen proberen op te lossen?
Schaalvergroting is geen wondermiddel. Dat hebben we in Nederland bij verschillende bestuurlijke reorganisaties kunnen zien. Grotere organisaties kunnen kennis bundelen en specialistische taken efficiënter uitvoeren, maar ze kunnen ook leiden tot meer overhead, langere besluitvormingslijnen en minder direct zicht op wat er lokaal nodig is. De uitkomst hangt af van de inrichting en de uitvoering. Alleen maar groter worden, lost niets op.
En bij jeugdzorg gaat het niet om een fabriek waar je de productie kunt verhogen door een efficiëntere organisatie neer te zetten. Het gaat om kinderen, ouders en gezinnen die hulp nodig hebben. Om kinderen die niet eindeloos kunnen wachten tot bestuurders, managers en ambtenaren hun nieuwe organisatie op orde hebben.
Wethouder Dewy Keen verwacht dan ook geen snelle besparingen. De verbetering van de jeugdhulp zal tijd kosten. Dat kan zo zijn, maar dan wil ik wel weten hoeveel tijd we nodig denken te hebben, wat die overgang gaat kosten en wanneer we kunnen vaststellen of het daadwerkelijk beter gaat.
Want ondertussen zijn er zorgen over ziekteverzuim en personeelsverloop bij Jeugdbescherming Noord. Dat zijn problemen die niet vanzelf verdwijnen doordat er een nieuwe regionale organisatie wordt opgericht. Sterker nog, als de reorganisatie opnieuw veel energie vraagt van medewerkers die al onder druk staan, moeten we goed kijken of de overgang niet juist extra belasting oplevert.
Ook de zeggenschap verdient aandacht. De gemeenten blijven financieel verantwoordelijk, maar hoe groot wordt de invloed van de afzonderlijke gemeenteraden straks werkelijk? Een wethouder die namens Emmen in het dagelijks bestuur plaatsneemt, is nog niet hetzelfde als een gemeenteraad die tijdig kan ingrijpen wanneer de kosten oplopen of de resultaten tegenvallen.
En dan hebben we het nog niet eens over de resterende 375.000 euro. Een structurele jaarlijkse kostenpost is geen kleinigheid. Over vier jaar gaat het, bij gelijkblijvende bedragen, om 1,5 miljoen euro. Geld dat ergens vandaan moet komen en dus niet zonder gevolgen aan de begroting kan worden toegevoegd.
Ik zou daarom graag eerst een helder overzicht zien van de totale kosten van de drie bestaande samenwerkingsverbanden, afgezet tegen de verwachte kosten van de nieuwe organisatie. Inclusief personeel, huisvesting, ICT, bestuur en alle overige ondersteunende werkzaamheden. Vervolgens wil ik concrete doelstellingen zien: kortere wachttijden, betere hulpverlening, minder uitval van medewerkers en duidelijk meetbare resultaten voor kinderen en gezinnen.
En niet over vijf jaar, wanneer iedereen alweer vergeten is waarom deze reorganisatie ook alweer nodig was. Leg vooraf vast wanneer de resultaten worden beoordeeld en wat er gebeurt als de beloften niet worden waargemaakt.
Begrijp me goed, regionale samenwerking kan noodzakelijk zijn. Specialistische jeugdzorg vraagt om kennis en voorzieningen die niet iedere gemeente zelfstandig kan organiseren. Maar samenwerking is iets anders dan geloven dat een grotere organisatie automatisch een betere organisatie is.
We moeten voorkomen dat de bestuurlijke structuur belangrijker wordt dan het doel waarvoor die structuur bestaat. Het kind dat hulp nodig heeft, heeft niets aan een fraai organogram, een nieuw bestuur of een stapel beleidsstukken. Dat kind heeft behoefte aan passende hulp, op het juiste moment.
Dus gemeenteraad van Emmen, kijk niet alleen naar de vraag of deze regionale samenwerking wettelijk noodzakelijk is. Kijk vooral naar de voorwaarden waaronder u ermee instemt. Vraag waar het geld vandaan komt, welke resultaten worden beloofd en hoe u controle houdt.
Want als we straks meer betalen, langer moeten wachten en nog steeds met dezelfde problemen zitten, hebben we geen verbetering georganiseerd. Dan hebben we alleen de organisatie veranderd.
En dat is nu juist wat mij zorgen baart. In Nederland lijken we bij problemen nogal eens te denken dat het allemaal beter wordt wanneer we de boel groter maken. Maar de geschiedenis leert dat groter niet automatisch beter betekent.
Misschien moeten we eerst eens bewijzen dat we de jeugdzorg beter kunnen organiseren, voordat we opnieuw miljoenen steken in het veranderen van de organisatie.
Ontdek meer van Jan Veenstra
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
