Europa beschermt de autofabrikant, maar wie beschermt de consument?

Goedenavond, welkom op onze website!

Daar gaan we weer. De Europese Unie heeft een akkoord gesloten met China om de export van plug-inhybrides naar Europa fors terug te dringen. Brussel noemt het een stap om de Europese auto-industrie te beschermen en de handelsrelatie met China meer in balans te brengen.

Maar ik heb daar toch een paar vragen bij.

Want wie trekt uiteindelijk weer aan het kortste eind? Juist, degene met de smalste portemonnee.

China produceert auto’s die door lagere kosten en scherpe prijzen aantrekkelijk zijn voor de consument. En wat doet Europa? In plaats van zich af te vragen waarom Europese autofabrikanten niet voldoende in staat zijn om tegen vergelijkbare prijzen te concurreren, grijpt Brussel in om de concurrentie te beperken.

Natuurlijk, oneerlijke concurrentie door overheidssteun mag je aanpakken. Maar laten we niet doen alsof iedere goedkope Chinese auto automatisch een bedreiging is waartegen de Europese consument beschermd moet worden.

De consument wil gewoon een goede, betrouwbare auto voor een betaalbare prijs. Niet iedereen kan of wil tienduizenden euro’s extra betalen om een Europese fabrikant uit de wind te houden.

En daar zit precies het probleem. Als het aanbod van goedkopere auto’s wordt beperkt, neemt de prijsdruk mogelijk af. Europese fabrikanten krijgen meer lucht, maar de consument kan met minder keuze en hogere prijzen worden geconfronteerd. Dat is geen zekerheid in iedere situatie, maar wel een risico dat Brussel kennelijk op de koop toe neemt.

Ondertussen horen we voortdurend dat Europa betaalbaar moet blijven, dat de koopkracht onder druk staat en dat de energietransitie voor iedereen haalbaar moet zijn. Mooie woorden, maar als het erop aankomt, lijkt de bescherming van de eigen industrie toch zwaarder te wegen dan de portemonnee van de burger.

En dan hebben we het nog niet eens over de Duitse auto-industrie, die jarenlang kon teren op haar reputatie en sterke positie. De wereld verandert, China ontwikkelt zich razendsnel en de concurrentie zit niet stil. Dan kun je twee dingen doen: innoveren, efficiënter produceren en betaalbaarder worden, of proberen de concurrentie af te remmen.

Brussel lijkt nu vooral voor het tweede te kiezen.

Misschien levert dat de Europese autofabrikanten tijdelijk wat ademruimte op. Maar het maakt Europese auto’s daarmee nog niet goedkoper en de Europese industrie nog niet vanzelf sterker.

Mijn vraag aan Brussel is dan ook simpel: wanneer komt de Europese consument eindelijk eens op de eerste plaats?

Want als Europa de eigen industrie alleen overeind kan houden door goedkopere alternatieven buiten de deur te houden, dan is er niet alleen iets mis met de concurrentie, maar mogelijk ook met het Europese verdienmodel.

En zoals zo vaak betaalt uiteindelijk niet de fabrikant of de Eurocommissaris de rekening, maar de burger die aan het einde van de maand moet rekenen of er nog genoeg geld op de bank staat.

Die heeft immers geen Brusselse beschermingsmuur. Die heeft gewoon een huishoudboekje.


Ontdek meer van Jan Veenstra

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie

×
Uit het archief van Jan Veenstra
Geen paniek: niemand hoeft vanaf zijn 65e opnieuw rijexamen te doen
Goedenavond, welkom op onze website! De afgelopen dagen doken op internet en sociale media verontrustende berichten op. “Vanaf 65 jaar wordt een nieuw rijexamen verplicht.” Een kop die menig senior deed schrikken. Begrijpelijk, want voor veel mensen staat een rijbewijs gelijk aan vrijheid. De auto is niet alleen een vervoermiddel, maar ook de verbinding met …
Lees verder →

Ontdek meer van Jan Veenstra

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder