De ene dag de grote broek aantrekken en de volgende dag met de staart tussen de benen afdruipen. Het lijkt tegenwoordig steeds vaker de politieke werkwijze van de VVD. Grote woorden, stoere uitspraken en vooral laten zien dat je niet met je laat sollen. Maar zodra er vragen komen over de gevolgen van die uitspraken, wordt het ineens een ander verhaal.
Donderdag was het minister van Defensie Dilan Yeşilgöz die Rusland zonder omwegen tot vijand van Nederland bestempelde. Volgens haar moest Nederland ophouden met het gebruik van het woord agressor. Dat zou een eufemisme zijn. Rusland was gewoon de vijand. Punt uit.
Dat klinkt stoer. Het is taal waarmee je daadkracht wilt uitstralen en waarmee je duidelijk wilt maken dat je weet waar je staat. Maar bij dit soort uitspraken mag je toch verwachten dat een minister nadenkt over de diplomatieke gevolgen. Zeker als het gaat om een oorlog waarbij de internationale verhoudingen al jarenlang onder hoogspanning staan.
Een dag later was het ineens minister van Buitenlandse Zaken Tom Berendsen die de vragen mocht beantwoorden. En wat bleek? Hij noemde Rusland niet langer de vijand, maar onze grootste veiligheidsdreiging. Toen journalisten bleven aandringen, hield hij het bij die formulering. Volgens Berendsen is er geen verschil tussen wat hij en Yeşilgöz zeggen. Iedereen kiest zijn eigen woorden.
Pardon? Iedereen kiest zijn eigen woorden?
Dat is wel een gemakkelijke manier om een verschil in woordgebruik weg te poetsen. Als de ene minister Rusland een vijand noemt en de andere minister daar een dag later zorgvuldig omheen praat, dan mag je toch op zijn minst verwachten dat iemand uitlegt waarom die verschillende formuleringen worden gebruikt.
En dan komt het mooiste: volgens beide ministers heeft de woordenwisseling geen gevolgen voor het beleid. De Russische ambassade wilde opheldering, maar Berendsen zegt niet in het Russische frame van escalatie te willen stappen.
Prima, maar waarom moet er dan eerst zo’n stevige uitspraak worden gedaan? Als er beleidsmatig niets verandert, wat was dan precies het doel van die krachtige taal?
Natuurlijk, Rusland vormt een ernstige veiligheidsdreiging voor Nederland en Europa. Daar hoeft niemand doekjes om te winden. Maar juist bij internationale veiligheid is het verschil tussen duidelijke taal en politieke spierballentaal belangrijk. Een minister moet niet alleen weten wat hij of zij wil zeggen, maar ook begrijpen wat zo’n uitspraak internationaal kan betekenen.
En daar wringt het. Politici willen graag daadkracht uitstralen, maar daadkracht is meer dan een ferme uitspraak voor de camera. Het betekent ook dat je je woorden kunt uitleggen, dat je verantwoordelijkheid neemt voor wat je zegt en dat je niet bij de eerste kritische vragen hoeft terug te vallen op de mededeling dat iedereen nu eenmaal zijn eigen woorden kiest.
De VVD heeft de afgelopen jaren vaker laten zien dat stevige taal goed verkoopt. Maar regeren is geen verkiezingsbijeenkomst en internationale politiek is geen wedstrijdje wie het hardst kan roepen.
Wie de grote broek aantrekt, moet hem ook omhoog kunnen houden.
En wie Rusland een vijand noemt, moet kunnen uitleggen waarom die term nodig is. Niet om een dag later via een collega te horen dat het eigenlijk allemaal hetzelfde betekent.
Want als woorden er niet toe doen, waarom worden ze dan zo nadrukkelijk gekozen?
En als woorden er wél toe doen, dan is het misschien verstandig om eerst na te denken en daarna pas de microfoon open te draaien.
Politieke spierballen zijn mooi voor de bühne. Maar Nederland heeft meer aan ministers die weten wanneer ze hun mond moeten opendoen en vooral ook waarom.
Ontdek meer van Jan Veenstra
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
