Strijd rond de Drentsche Machinale Turfmaatschappij (1879)

Nieuw-Amsterdam, december 1879.
Het veendorp lag stil onder de winterlucht, maar achter de deuren werd fel gestreden — niet met schop of baggerbeugel, maar met pen en papier.

De machinist-opzichter A. Huisser voelde zich gedwongen te reageren. In de krant waren beschuldigingen verschenen tegen de Drentsche Machinale Turfmaatschappij, en vooral tegen haar bestuurder, de heer F. Polak. Volgens de krant zouden er geen arbeiderswoningen bestaan en zouden de bezittingen van de maatschappij weinig voorstellen.

Huisser noemde dat niets minder dan laster.

Hij wees op wat volgens hem een onweerlegbaar feit was: aan de Heerendijk in Nieuw-Amsterdam stonden twee keten, waarin drie gezinnen woonden. Arbeiderswoningen, wel degelijk. Wie beweerde dat die er niet waren, sprak volgens hem de onwaarheid.

Maar het ging hem om meer dan alleen die keten.

Volgens Huisser werd de maatschappij tegengewerkt door mensen die haar liever zagen verdwijnen. Nog vóór de oprichting zouden sommigen geprobeerd hebben er voordeel uit te halen. Toen dat niet lukte en Polak volgens hem paal en perk stelde aan geldverspilling, keerde de kritiek zich tegen hem.

Huisser verdedigde zijn werkgever met overtuiging. Hij schreef dat hij sprak uit vijf jaar ervaring en niet uit eigenbelang. Integendeel, hij beweerde dat men hem had geprobeerd weg te lokken en zelfs op oneerlijke wijze had willen verwijderen, enkel om Polak te schaden en de onderneming te ondermijnen.

Voor Huisser was Polak de man die de zaak eerlijk bestuurde. Hij sprak zijn vertrouwen uit dat eerlijkheid, trouw en volharding uiteindelijk de tegenstanders zouden beschamen.

Hij ondertekende zijn brief niet anoniem, maar voluit:

A. Huisser, machinist-opzichter der Drentsche Machinale Turfmaatschappij.


Het antwoord van de krant

De redactie liet het daar niet bij zitten.

Men beloofde onderzoek te doen naar de twee genoemde keten, maar plaatste tegelijk een scherpe kanttekening. Wat betekenden twee eenvoudige keten tegenover een opgegeven waarde van 90.000 gulden?

Ook betwijfelde men de waarde van de bezittingen die Polak in de maatschappij had ingebracht. Volgens de statuten waren die veel minder waard dan waarvoor ze waren opgevoerd.

Over de eerlijkheid van het bestuur sprak de redactie zich niet uit. Maar tussen de regels door bleef de twijfel bestaan.


Een strijd om meer dan turf

Deze briefwisseling laat zien dat de vervening in Nieuw-Amsterdam niet alleen een strijd was tegen het veen, maar ook tegen wantrouwen, belangen en reputaties.

Waar de een sprak van opbouw en eerlijk bestuur, sprak de ander van overschatte waarde en twijfelachtige bezittingen.

De waarheid lag, zoals zo vaak, begraven in hetzelfde veen waaruit men zijn bestaan probeerde te winnen.

×
Uit het archief van Jan Veenstra
Duurzaam tot de diesel komt
Er bestaat in de politiek een wonderlijk verschijnsel. Het heet duurzaamheid. Bestuurders spreken het woord uit met een ernst alsof ze persoonlijk de planeet hebben gered. In beleidsstukken staat het op bijna iedere pagina. Duurzame mobiliteit, duurzame ontwikkeling, duurzame toekomst. En dan komt de praktijk. Want terwijl ergens in een vergaderzaal een presentatie wordt gegeven …
Lees verder →