Een eeuw muziek onder de Drentse hemel
De geschiedenis van muziekkoepels, muziektenten en koepelconcerten in Zuidoost-Drenthe
Hoofdstuk 1
Toen muziek nog naar de mensen kwam
Er was een tijd waarin je voor muziek niet naar een concertzaal hoefde.
Je hoefde geen kaartje op internet te bestellen, geen parkeerplaats te zoeken en al helemaal geen rekening te houden met een dresscode.
Als er muziek werd gemaakt, ging je er gewoon naartoe.
De muziek kwam namelijk naar buiten.
In dorpen en steden verschenen muziektenten en muziekkoepels. Ze stonden op pleinen, bij kanalen, op terreinen van verenigingen en soms zelfs bij een fabriek.
Daarboven zaten de muzikanten.
Daaronder en eromheen stond het publiek.
En zo eenvoudig als het klinkt, zo belangrijk was het voor het openbare leven.
Want een muziekkoepel was nooit alleen een plaats waar muziek werd gemaakt.
Het was een ontmoetingsplek.
Een plaats waar mensen elkaar zagen, waar verenigingen zich presenteerden en waar een dorp liet zien dat het leefde.
In Zuidoost-Drenthe ontstond zo een traditie die inmiddels meer dan een eeuw oud is.
Het bekendste voorbeeld is de muziekkoepel op het Marktplein van Emmen.
Maar Emmen was bepaald niet de enige plaats waar de muziek naar buiten kwam.
Dalen had zijn muziektent.
Coevorden had er een.
Nieuw-Dordrecht kreeg er een.
Zweeloo had een muziekkoepel en zelfs een openluchttheater.
En in Emmer-Compascuum staat nog altijd een bijzondere muziekkoepel aan het Hoofdkanaal.
Het verhaal begint echter in Emmen.
Hoofdstuk 2
1913 – Euterpe wil een podium
Het oudste goed gedocumenteerde spoor leidt naar 1913.
Muziekvereniging Euterpe wilde een openbaar podium hebben voor concerten en optredens.
Dat was in die tijd geen vreemde wens.
Muziekverenigingen waren belangrijke onderdelen van het verenigingsleven. Een fanfare of harmonie vertegenwoordigde niet alleen muziek, maar ook het dorp.
Er werd gerepeteerd.
Er werden uniformen aangeschaft.
Er werden concoursen bezocht.
En natuurlijk moest er ergens worden opgetreden.
De VVV zag de mogelijkheden en nam het initiatief.
Op het Marktplein in Emmen werd een verplaatsbare muziekkoepel geplaatst.
Daarmee kreeg Emmen een plek waar muziek letterlijk midden tussen de bevolking kon klinken. De huidige Stichting Muziekkoepel Emmen voert de geschiedenis van de koepeltraditie dan ook terug tot 1913.
Het was een eenvoudig idee.
Een podium neerzetten.
Muzikanten erop.
Publiek eromheen.
En spelen.
Misschien was het juist die eenvoud die de muziektent zo aantrekkelijk maakte.
Hoofdstuk 3
De muziekkoepel van Hotel Grimme
Emmen kende in de jaren twintig meer plaatsen waar buiten muziek werd gemaakt.
Een bijzonder voorbeeld was Hotel Grimme, tegenover het station.
In 1922 stond daar in de tuin een eigen muziekkoepel.
Op 3 juni van dat jaar werd een tuinconcert aangekondigd met strijk- en pianomuziek.
Hotel Grimme beschikte volgens een historische publicatie over een fraaie muziekkoepel met zitplaatsen voor het publiek.
Daarmee zien we hoe muziek in het openbare leven van Emmen was ingebed.
De muziekkoepel was niet uitsluitend het domein van de grote verenigingen.
Ook een hotel kon er publiek mee trekken.
Een zomeravond, muziek, een drankje en mensen die elkaar ontmoetten.
Het had iets van een vroeg openluchtfestival.
Alleen zonder festivalbandje.
En zonder mobiele telefoon.
Hoofdstuk 4
De wens voor een echte koepel
Aan het begin van de jaren dertig groeide Emmen.
De plaats wilde aantrekkelijker worden voor bezoekers en toeristen.
Er werd gesproken over voorzieningen die een modern Emmen nodig had.
Een zwembad.
Een museum.
En natuurlijk een goede muziekkoepel.
De bestaande verplaatsbare koepel voldeed blijkbaar niet meer.
De VVV nam daarom opnieuw het initiatief.
Er kwam een speciale muziekkoepelcommissie.
Maar één ding bleek moeilijker dan het organiseren van een concert:
het vinden van geld.
En dus moest de bevolking worden overtuigd.
Niet alleen met woorden.
Maar met muziek.
Hoofdstuk 5
1932 – De koepel moet worden verdiend
In 1932 verschenen in de Emmer Courant advertenties waarin de bevolking werd opgeroepen concerten te bezoeken die werden georganiseerd ten bate van de bouw van de nieuwe muziekkoepel.
De entree bedroeg 25 cent.
De plaatselijke muziek- en zangverenigingen werkten belangeloos mee.
De gedachte was simpel:
de bevolking betaalt een kwartje, de muzikanten spelen, en uiteindelijk komt er een nieuwe koepel.
Het was eigenlijk een vroege vorm van crowdfunding.
Alleen had men toen geen internet.
Men had een fanfare.
En een krant.
Het eerste concert werd gehouden op het meetingterrein voor in de Emmer Dennen.
Euterpe opende de avond.
Daarna trad de christelijke gemengde zangvereniging De Lofstem op.
Er kwamen ongeveer honderd mensen. Later liep het aantal op tot ongeveer tweehonderd.
Het was niet genoeg om de commissie tevreden te stellen, maar het was een begin.
De kwartjes kwamen binnen.
En de koepel kwam een beetje dichterbij.
Hoofdstuk 6
Zestig bezoekers op 1.060 plaatsen
Tien dagen later werd een tweede concert georganiseerd.
Dit keer op het sportterrein, dat door het bestuur van Volksvermaken beschikbaar was gesteld.
Opnieuw speelde Euterpe.
De dirigent was Siersema.
Ook de kinderkoren A en B traden op onder leiding van R.A. Slagter.
Het weer was goed.
Daar kon het dus niet aan liggen.
Maar het publiek bleef grotendeels weg.
Er werden slechts zestig kaarten verkocht, terwijl er ruimte was voor ongeveer 1.060 bezoekers.
Een verhouding die zelfs in 1932 opmerkelijk moet zijn geweest.
Je kunt je het terrein bijna voorstellen.
Een groot open veld.
Een podium.
Muzikanten die hun instrumenten stemmen.
En verspreid over het terrein een aantal groepjes mensen.
Toch werd er gespeeld.
Want de muziekverenigingen hadden hun bijdrage geleverd.
De koepelcommissie gaf niet op.
Hoofdstuk 7
Regen, muziek en Groothuis
Het derde concert werd een maand later gehouden.
Maar het weer werkte niet mee.
En dus moest de muziek naar binnen.
Het concert vond plaats in de nieuwe concert- en bioscoopzaal van Groothuis aan de Markt.
Het Nederlands Hervormd Kerkkoor trad op.
Ook een meisjeskoor, het Kapelkoor en muziekvereniging Laus Deo deden mee.
Er waren ongeveer honderd deelnemers en ongeveer honderd toehoorders.
Niet bepaald een mensenmassa.
Maar wel weer een stapje vooruit.
Het mooie aan deze geschiedenis is dat de organisatoren zich niet lieten ontmoedigen.
Geen publiek?
Toch spelen.
Regen?
Naar binnen.
Geld tekort?
Nog een concert.
De koepel moest er komen.
Hoofdstuk 8
Anderhalf jaar wachten
En toen werd het stil.
Niet letterlijk.
De muziek bleef klinken.
Maar de bouw van de koepel liet op zich wachten.
Ongeveer anderhalf jaar na de inzamelingsconcerten was het benodigde bedrag nog steeds niet bij elkaar.
De koepel stond er nog altijd niet.
De commissie had plannen.
De bevolking had muziek gehoord.
Maar de bouwer kon nog niet beginnen.
Het was een probleem dat ook tegenwoordig herkenbaar is:
een goed plan is nog geen uitgevoerd plan.
En dus moest de bevolking opnieuw worden aangesproken.
Hoofdstuk 9
20 maart 1934 – de laatste vijfhonderd gulden
Op 20 maart 1934 verscheen in de Emmer Courant een ingezonden stuk van de muziekkoepelcommissie.
De brief was ondertekend door:
R. Hemminga, voorzitter;
J. Nijemanting, secretaris;
W. Warringa, penningmeester en hoofdopzichter bij Openbare Werken;
en T. Kremer, commissielid.
Er was goed nieuws.
De koepel was inmiddels aanbesteed.
Het timmerwerk en schilderwerk zouden worden uitgevoerd.
De koepel zou bij het gemeentehuis worden gebouwd.
De onderbouw zou bestaan uit Drentse keien.
Daarop zou een achtkantige koepel komen met een doorsnede van ongeveer zeven meter.
Het dak zou met riet worden gedekt.
Er was zelfs nagedacht over de akoestiek en het lawaai van verkeer.
De koepel moest kunnen worden afgesloten om het geluid van auto’s en motoren zoveel mogelijk buiten te houden. De Historische Vereniging Zuidoost-Drenthe reconstrueerde deze geschiedenis op basis van onder meer de Emmer Courant en het Gemeentearchief Emmen.
Maar er was nog één probleem.
Er ontbrak ongeveer 500 gulden.
Hoofdstuk 10
Iedereen wilde de koepel, maar wie betaalde?
De commissie deed een dringend beroep op de bevolking.
De Emmer Courant deed daar nog een schepje bovenop.
De krant wees erop dat er blijkbaar wel geld was voor toneel en film, maar dat een eigen muziekkoepel financieel moeilijk lag.
Dat was geen subtiele boodschap.
Eigenlijk zei de krant:
“Jullie zeggen allemaal dat jullie een muziekkoepel willen. Laat dat dan ook eens zien.”
En het werkte.
De bevolking kwam in beweging.
De laatste bedragen werden bijeen gebracht.
Uiteindelijk kon aannemer J. Daanje aan de slag.
De bouwkosten bedroegen ƒ1.393.
Er was nog een laatste tekort, maar de bouw ging door.
Het was nu geen plan meer.
Het was een bouwplaats.
Hoofdstuk 11
Een koepel van Drentse keien
De bouw was in zekere zin een gemeenschapsproject.
Aannemer Daanje bouwde de koepel.
H. van der Veen verzorgde het schilderwerk.
De rietdekkers Hoving en Wassen zorgden voor het rieten dak.
Smid G.J. Naber leverde zijn bijdrage.
En boeren uit de omgeving brachten belangeloos de veldkeien voor de onderbouw.
Dat laatste is een mooi detail.
De muziekkoepel werd niet zomaar een modern bouwwerk.
Hij kreeg letterlijk stenen uit het Drentse landschap mee.
Een combinatie van hout, riet en veldkeien.
Een podium voor muziek, gebouwd met materiaal en hulp uit de omgeving.
Het was een koepel van Emmen.
En daarmee eigenlijk van iedereen.
Hoofdstuk 12
8 juni 1934 – de koepel is klaar
Op 8 juni 1934 was het zover.
De nieuwe muziekkoepel was gereed.
De krant schreef enthousiast over de nieuwe “tempel der tonen”.
Een fraaie uitdrukking.
Tegenwoordig zou men waarschijnlijk zeggen dat het project was opgeleverd en dat de locatie beschikbaar was voor programmering.
Maar in 1934 mocht een muziekkoepel nog gewoon een tempel der tonen zijn.
En er was reden voor enthousiasme.
Want na jaren praten, plannen, inzamelen en wachten stond er eindelijk een vaste koepel.
Hoofdstuk 13
25 juni 1934 – duizend mensen komen luisteren
Op 25 juni 1934 werd de muziekkoepel officieel ingewijd.
Ongeveer duizend mensen kwamen erop af.
Dat waren er heel wat meer dan de zestig bezoekers van het eerdere inzamelingsconcert.
Misschien hadden de Emmenaren inmiddels begrepen dat de koepel werkelijk bestond.
Of misschien wilde iedereen nu eindelijk wel eens zien waar al die kwartjes gebleven waren.
Euterpe opende de avond.
Daarna volgden toespraken.
De voorzitter van de muziekkoepelcommissie, R. Hemminga, droeg de koepel over aan de VVV.
Vervolgens werd hij namens de VVV overgedragen aan het gemeentebestuur.
Burgemeester L. Bouma aanvaardde de koepel namens de gemeente.
En toen kon de muziek beginnen.
De verenigingen en koren die aan de inzamelingsconcerten hadden meegedaan, traden opnieuw op.
Aan het einde van de avond klonk het volkslied.
De koepel was ingewijd.
En Emmen had er een nieuw herkenningspunt bij.
Hoofdstuk 14
Waarom 1933 toch blijft rondspoken
En dan komen we bij het jaartal dat jij je vanaf het begin herinnerde:
1933.
Dat blijkt geen verzinsel.
In een historisch VVV-document, een aanvulling uit 1935 op In en om Emmen, staat bij de “Aanwinsten voor mooi Emmen” letterlijk:
Muziekkoepel 1933.
In dezelfde lijst worden onder meer het Noorder Dierenpark en de Oudheidkamer De Hondsrug genoemd.
Toch wijzen de contemporaine berichten uit 1934 heel duidelijk op de bouw van de vaste koepel in dat jaar.
De moderne Stichting Muziekkoepel Emmen houdt daarom eveneens 1934 aan als het jaar waarin Emmen als eerste plaats in Drenthe een vaste muziekkoepel kreeg.
Hoe moeten we dit oplossen?
Voorlopig niet.
En dat is geen zwakte.
Het is juist een interessant historisch vraagstuk.
Misschien werd 1933 gebruikt voor de planning of administratieve registratie.
Misschien stond er in 1933 al een andere versie.
Misschien is de VVV-publicatie later samengesteld en is het jaartal anders geïnterpreteerd.
Totdat een oorspronkelijke bouwakte, gemeentelijk dossier of krant uit 1933 de kwestie oplost, moeten we beide gegevens naast elkaar laten bestaan.
1933 is aantoonbaar verbonden met de muziekkoepel.
1934 is aantoonbaar het bouw- en openingsjaar van de vaste koepel.
Hoofdstuk 15
De koepel wordt onderdeel van het leven
Vanaf 1934 was de muziekkoepel niet meer weg te denken uit het openbare leven van Emmen.
Er kwamen concerten.
Feestelijkheden.
Herdenkingen.
Bijeenkomsten.
En natuurlijk de gewone zomeravonden waarop muziek werd gemaakt.
Een muziekkoepel had bovendien een functie die tegenwoordig misschien moeilijk voor te stellen is.
Hij bracht mensen bij elkaar.
Wie naar een concert ging, zag bekenden.
Wie niet naar het concert ging, liep misschien toch even langs.
De muziek was hoorbaar.
De aanwezigheid van de koepel was zichtbaar.
Het plein leefde.
En zo werd de koepel langzaam onderdeel van het collectieve geheugen.
Hoofdstuk 16
Muziek en koninklijke feestelijkheden
De koepel werd ook gebruikt bij bijzondere gebeurtenissen.
In 1936, bij de viering van de verloving van prinses Juliana en prins Bernhard, werd een koepelconcert georganiseerd waarbij onder meer Laus Deo en Euterpe betrokken waren.
Daarmee was de koepel niet alleen een plek voor gewone zondagmiddagconcerten.
Hij werd onderdeel van de grote gebeurtenissen van het land.
Maar dan wel op zijn Drents.
Niet in een paleis.
Niet in een grote concertzaal.
Gewoon op het Marktplein.
Hoofdstuk 17
De oorlog komt dichterbij
Toen in 1940 de oorlog begon, veranderde het openbare leven.
Verenigingen konden niet meer functioneren zoals daarvoor.
Bijeenkomsten werden aan regels gebonden.
Het gewone leven werd steeds verder beperkt.
Ook muziek kon niet meer vanzelfsprekend dezelfde rol spelen.
Maar de koepel bleef.
En toen de bevrijding kwam, kreeg hij opnieuw betekenis.
In april 1945 speelde de muziekkoepel een rol bij de bevrijdingsfeesten in Emmen. Dat wordt ook in de recente geschiedschrijving van de Stichting Muziekkoepel Emmen genoemd.
Dat moet een bijzonder moment zijn geweest.
Na vijf jaar oorlog opnieuw muziek in het openbaar.
Geen muziek als propaganda.
Geen muziek onder toezicht.
Maar muziek omdat men vrij was.
De koepel kreeg daarmee een herinnering erbij die veel verder ging dan muziek.
Hij werd onderdeel van het verhaal van de bevrijding.
Hoofdstuk 18
De muziektent trekt de dorpen in
Emmen was niet de enige plaats waar de bevolking muziek onder een dak van riet of hout kon beluisteren.
In Dalen stond een muziekkoepel aan de Binnenweg.
Historische foto’s uit de jaren zestig laten de koepel zien, met onder meer Geertje Meppelink en Fennie Boer. De foto is opgenomen in het beeldarchief van Aold Daol’n.
Ook daar was de muziekkoepel onderdeel van het dorpsbeeld.
Het is opvallend hoe weinig men zich tegenwoordig realiseert hoeveel van dergelijke muziektenten er ooit waren.
Ze waren zo gewoon dat niemand zich waarschijnlijk afvroeg of ze over honderd jaar nog zouden bestaan.
Dat was ook niet nodig.
Ze stonden er gewoon.
Tot ze op een dag niet meer stonden.
Hoofdstuk 19
Nieuw-Dordrecht krijgt een geschenk
In 1955 bestond Nieuw-Dordrecht honderd jaar.
Ter gelegenheid daarvan schonk de stad Dordrecht het dorp een muziekkoepel.
De koepel kreeg een plaats aan de Oranjedorpstraat.
Het was een achtkantig bouwwerk met een rieten dak, gebouwd op een fundering van kleine zwerfkeien.
De plaatselijke muziekvereniging Volharding trad er onder meer op tijdens Koninginnedag.
Ook buiten de concerten om werd zo’n koepel een herkenningspunt.
Je sprak af bij de koepel.
Je verzamelde je er voor een feest.
Je wachtte er op iemand.
En natuurlijk werd er muziek gemaakt.
Een muziektent had dus vele functies.
Alleen stond er op het bouwplan waarschijnlijk maar één:
muziek.
Hoofdstuk 20
Emmer-Compascuum – muziek aan het kanaal
Misschien is de muziekkoepel van Emmer-Compascuum wel het meest bijzondere exemplaar in Zuidoost-Drenthe.
Aan het Hoofdkanaal staat een koepel die volgens de provinciale erfgoedbeschrijving uit ongeveer 1950 dateert. De monumentenregistratie noemt circa 1955.
Er is dus een klein verschil in datering, maar over één ding bestaat geen twijfel:
het is een historische muziekkoepel.
En het gebouw is bijzonder omdat het een dubbele functie had.
Het was een muziekkoepel én pompinstallatie.
Dat past eigenlijk perfect bij de geschiedenis van de veenkoloniën.
Waarom een gebouw voor één doel gebruiken als het ook twee functies kan hebben?
De koepel staat aan het kanaal.
Het water stroomt erlangs.
En boven het geheel kon muziek klinken.
Een combinatie die je waarschijnlijk nergens in een moderne architectuurwedstrijd zou verzinnen.
Maar in Emmer-Compascuum werkte het.
Hoofdstuk 21
De koepel leeft nog
De muziekkoepel van Emmer-Compascuum is geen dood monument.
Hij wordt nog steeds gebruikt.
Koren, bands en andere artiesten treden er op.
Ook evenementen vinden er plaats.
In 2024 vormde de koepel bijvoorbeeld het middelpunt van Muziek aan ’t Waoter, gecombineerd met de viering van tien jaar Veenvaart. Rondom de koepel waren activiteiten voor jong en oud en traden onder meer een countryzanger, bands, een dj en verschillende shantykoren op.
Dat is eigenlijk een prachtig beeld.
De koepel die ooit werd gebouwd voor muziekverenigingen is nu een podium voor een veel breder scala aan muziek.
De muziek is veranderd.
De koepel niet.
Hoofdstuk 22
Een monument krijgt een nieuw leven
De koepel in Emmer-Compascuum raakte in verval.
In 2021 stelde de gemeente Emmen €16.500 beschikbaar voor renovatie. Daarmee moest verpaupering worden voorkomen en het provinciale monument voor het dorp behouden blijven.
Na de restauratie kwam er een nieuwe vraag:
wat moest er op de achterwand?
De inwoners mochten kiezen.
Er waren ontwerpen met de Runde, een oude tramhalte en overvliegende zwanen.
Ook dat is geschiedenis.
Want een monument hoeft niet stil te staan.
Het mag nieuwe verhalen krijgen.
Hoofdstuk 23
Zweeloo – muziek tussen fabriek en ijsbaan
Een andere bijzondere plek vinden we in Zweeloo.
Op het terrein van de voormalige zuivelfabriek stond niet alleen een muziekkoepel.
Er was ook een openluchttheater.
En op het terrein was een ijsbaan die in de zomer werd gebruikt voor een muziekconcours.
Dat vertelt veel over de veelzijdigheid van zulke plekken.
Een fabrieksterrein was niet alleen een plaats waar melk werd verwerkt.
Het kon ook een ontmoetingsplek worden.
Muziekkoepel.
Openluchttheater.
Schuttersvereniging.
IJsbaan.
Muziekconcours.
Sport.
Alles kwam samen.
Zo bezien waren de oude muziekkoepels eigenlijk voorlopers van multifunctionele dorpscentra.
Alleen waren ze meestal veel goedkoper.
Hoofdstuk 24
Coevorden had zijn muziektent
Ook Coevorden kende een muziektent.
Een historische foto uit 1968 laat de Markt zien met het voormalige kantongerecht en rechts daarvan de muziektent.
Daarmee stond ook in de vestingstad een muziektent midden in het openbare leven.
Opnieuw zien we hetzelfde patroon.
De Markt was de ontmoetingsplaats.
De muziektent was het podium.
De bevolking vormde het publiek.
De muziek maakte van een gewone dag iets bijzonders.
Dat de muziektent later verdween, vertelt weer een ander verhaal.
De moderne stad had andere behoeften.
Verkeer kreeg ruimte.
Pleinen werden opnieuw ingericht.
En wat vroeger een vanzelfsprekend onderdeel van een plein was, werd ineens gezien als een obstakel.
Hoofdstuk 25
De grote tijd van de fanfare
Wie de geschiedenis van de muziekkoepels wil begrijpen, moet eigenlijk ook de geschiedenis van de muziekverenigingen begrijpen.
De fanfare was een instituut.
Muziekverenigingen speelden bij:
Koninginnedag.
Bevrijdingsfeesten.
Jubilea.
Optochten.
Herdenkingen.
Serenades.
Dorpsfeesten.
Concoursen.
En natuurlijk gewone concerten.
Een jongen kon op jonge leeftijd bij de vereniging komen.
Een meisje kon bij een koor gaan.
Ouders kenden de dirigent.
De vereniging kende de familie.
En zo ontstond een netwerk dat veel verder ging dan muziek.
De muziekkoepel was het zichtbare eindpunt van dat netwerk.
Daar kwam alles samen.
Hoofdstuk 26
De koepel als dorpskrant
Misschien moeten we de oude muziekkoepel daarom eens vergelijken met iets uit onze eigen tijd.
Met sociale media.
Niet omdat de techniek hetzelfde was.
Maar omdat de functie deels overeenkwam.
De muziekkoepel bracht mensen bij elkaar.
Je zag wie er was.
Je hoorde het laatste nieuws.
Je zag wie verkering had.
Wie ging trouwen.
Wie een nieuw pak had.
Wie een nieuwe fiets had.
Wie ziek was.
Wie verhuisde.
En natuurlijk:
wie naast wie stond.
De muziekkoepel was daarmee een soort dorpskrant zonder papier.
Alleen kon iedereen reageren.
En dat deed men waarschijnlijk ook.
Hoofdstuk 27
En soms werd er verliefd
De koepel heeft niet alleen muziekgeschiedenis geschreven.
Er zijn ook liefdesverhalen ontstaan.
Mensen hebben elkaar er ontmoet.
Jongeren kwamen naar de muziek.
Maar misschien luisterden ze niet altijd even aandachtig.
Er was immers ook publiek.
En publiek betekent dat je kunt kijken.
Een historisch voorbeeld uit Emmen laat zien dat een ontmoeting bij de muziekkoepel uiteindelijk tot een huwelijk leidde.
Dat is misschien wel een van de mooiste dingen die je over een muziektent kunt vertellen.
Een gebouw kan een concert bewaren.
Maar mensen bewaren herinneringen.
Hoofdstuk 28
Toen de televisie kwam
Na de oorlog veranderde de wereld snel.
De televisie verscheen.
De radio werd steeds belangrijker.
De auto maakte de wereld groter.
Jongeren ontdekten nieuwe muziek.
De grammofoonplaat werd populair.
En uiteindelijk kwamen cassettebandjes, cd’s en internet.
Muziek hoefde niet meer naar buiten.
Muziek kwam gewoon de woonkamer binnen.
De rol van de muziektent veranderde.
De fanfare bleef bestaan.
De koren bleven zingen.
Maar de muziektent was niet meer het vanzelfsprekende centrum van het openbare leven.
Veel muziektenten verdwenen.
Sommige werden gesloopt.
Andere raakten in verval.
En een aantal bleef staan omdat iemand op tijd zei:
“Afblijven.”
Hoofdstuk 29
Keep de Koepel
Ook de beroemde Emmer muziekkoepel ontkwam niet aan de moderne tijd.
In 2013 dreigde de koepel te verdwijnen bij de herinrichting van het Marktplein.
Maar inwoners kwamen in actie.
Onder de naam Keep de Koepel werd het behoud van het gebouw bepleit.
Het lukte.
In 2015 werd de Stichting Muziekkoepel Emmen eigenaar van de koepel.
Het is een opmerkelijke cirkel.
In de jaren dertig moest de bevolking geld bijeenbrengen om de koepel te bouwen.
Tachtig jaar later moest de bevolking opnieuw in beweging komen om hem te behouden.
De vorm van de actie veranderde.
De reden niet.
De koepel was van waarde.
Hoofdstuk 30
Monument
In 2024 kreeg de Emmer muziekkoepel de status van gemeentelijk monument.
Daarmee werd officieel vastgelegd wat veel inwoners allang wisten:
dit gebouw hoort bij Emmen.
Niet alleen vanwege zijn leeftijd.
Maar vanwege zijn geschiedenis.
Meer dan honderd jaar openbare muziek.
Generaties inwoners.
Concerten.
Feesten.
Herdenkingen.
De bevrijding.
En talloze gewone zomeravonden.
Hoofdstuk 31
2026 – de koepel wordt opnieuw gerestaureerd
In juni 2026 kwam er opnieuw goed nieuws.
De Stichting Muziekkoepel Emmen kreeg van de provincie Drenthe een monumentensubsidie.
Daarmee kunnen onder meer het karakteristieke rieten dak, het schilderwerk en andere onderdelen worden aangepakt.
De stichting was ruim drie jaar bezig geweest met plannen, onderzoeken en subsidieaanvragen.
Daarmee wordt opnieuw geïnvesteerd in een gebouw dat al meer dan honderd jaar deel uitmaakt van het culturele en maatschappelijke leven van Emmen.
De koepel blijft dus staan.
En als alles goed gaat, blijft er ook muziek onder klinken.
Hoofdstuk 32
Van een kwartje naar een monument
Wanneer we het hele verhaal overzien, is er iets bijzonders gebeurd.
In 1932 kostte een concertkaartje 25 cent.
De opbrengst was bestemd voor de bouw van een muziekkoepel.
Het publiek kwam soms nauwelijks opdagen.
De commissie moest de bevolking aansporen om geld te geven.
Er waren nog honderden guldens tekort.
Maar uiteindelijk lukte het.
De bevolking leverde geld.
Muzikanten leverden hun tijd.
Boeren leverden veldkeien.
Vakmensen bouwden de koepel.
En op 25 juni 1934 kwamen duizend mensen kijken.
Bijna een eeuw later wordt hetzelfde gebouw met overheidsgeld en burgerlijke betrokkenheid opnieuw onderhouden.
Van kwartjes naar monumentensubsidie.
Van fanfare naar moderne bands.
Van Euterpe naar een veel breder cultureel programma.
Maar de essentie is niet veranderd.
De koepel staat er.
En er kan muziek worden gemaakt.
Hoofdstuk 33
De koepels die verdwenen
Misschien is het gemakkelijk om alleen naar de gebouwen te kijken die nog bestaan.
Maar minstens zo interessant zijn de koepels die verdwenen.
Want achter iedere verdwenen muziektent zit een verhaal.
Waarom werd hij gebouwd?
Wie speelde er?
Wie kwam er luisteren?
Wanneer verdween hij?
Was er protest?
Was onderhoud te duur?
Moest het plein anders worden ingericht?
Of vond men de muziektent simpelweg niet meer passen bij de moderne tijd?
Dat zijn vragen die voor verschillende plaatsen in Zuidoost-Drenthe nog moeten worden onderzocht.
Want de lijst is waarschijnlijk veel langer dan de plaatsen die we nu met zekerheid kunnen noemen.
Hoofdstuk 34
Een eerste kaart van Zuidoost-Drenthe
Op basis van de nu gevonden en redelijk goed onderbouwde gegevens kunnen we in ieder geval deze plaatsen opnemen:
Emmen
Verplaatsbare muziekkoepel vanaf 1913; vaste koepel uit 1934.
Emmen – Hotel Grimme
Muziekkoepel in de tuin, gedocumenteerd in 1922.
Dalen
Muziekkoepel aan de Binnenweg, in ieder geval zichtbaar op foto’s uit de jaren zestig.
Coevorden
Muziektent op de Markt, zichtbaar op een foto uit 1968.
Nieuw-Dordrecht
Muziekkoepel uit 1955, geschonken door Dordrecht.
Emmer-Compascuum
Muziekkoepel aan het Hoofdkanaal, rond 1950-1955, tegenwoordig provinciaal monument.
Zweeloo
Muziekkoepel en openluchttheater op het terrein van de voormalige zuivelfabriek; het terrein werd ook gebruikt voor muziekconcoursen.
Dit is geen eindlijst.
Het is het begin.
Hoofdstuk 35
De muziek is veranderd
Wanneer een oude muziektent vandaag wordt gebruikt, klinkt er waarschijnlijk andere muziek dan honderd jaar geleden.
Geen verschil van een paar noten.
Een compleet andere wereld.
De fanfare maakte plaats voor bands.
Het koor kreeg gezelschap van shantykoren.
De harmonie kreeg concurrentie van dj’s.
En tegenwoordig kan onder een oude koepel zelfs een talentenjacht plaatsvinden.
In Emmer-Compascuum gebeurde dat bijvoorbeeld tijdens de activiteiten rond Muziek aan ’t Waoter.
De koepel veranderde niet.
De wereld eromheen wel.
En misschien is dat precies de reden waarom dergelijke gebouwen zo waardevol zijn.
Ze laten zien wat verandert.
Maar ook wat hetzelfde blijft.
Hoofdstuk 36
Wat een muziekkoepel eigenlijk vertelt
Een muziekkoepel vertelt niet alleen het verhaal van muziek.
Hij vertelt het verhaal van een gemeenschap.
Van vrijwilligers.
Van verenigingen.
Van mensen die iets gezamenlijk voor elkaar kregen.
Van boeren die veldkeien brachten.
Van muzikanten die belangeloos optraden.
Van mensen die 25 cent betaalden om de koepel mogelijk te maken.
Van kinderen die voor het eerst een instrument vasthielden.
Van mensen die elkaar ontmoetten.
Van geliefden.
Van bevrijding.
Van feest.
Van verval.
En uiteindelijk van behoud.
Daarom is een muziekkoepel veel meer dan een oud dak op palen.
Het is een stukje collectief geheugen.
Hoofdstuk 37
En dan klinkt er weer muziek
Misschien is dat uiteindelijk het mooiste beeld.
Een oude koepel.
Een zomeravond.
Mensen komen langzaam aanlopen.
Iemand zet een stoel neer.
Een muzikant maakt zijn instrument schoon.
Een dirigent kijkt op zijn horloge.
Kinderen rennen nog even rond.
Ouderen zoeken een plekje.
Dan wordt het langzaam stil.
De dirigent heft zijn stok.
De eerste noot klinkt.
En heel even is er geen verschil tussen 1934 en 2026.
Want precies hetzelfde gebeurde bijna een eeuw geleden.
Mensen kwamen bij elkaar.
Er werd muziek gemaakt.
En iedereen luisterde.
Epiloog
De koepel is nooit alleen een koepel geweest
In 1932 moesten de Emmenaren nog worden overgehaald.
Een kwartje betalen.
Kom naar het concert.
Help ons de koepel bouwen.
In 1934 stond hij er.
Een achtkantig bouwwerk met een rieten dak en een onderbouw van Drentse veldkeien.
Duizend mensen kwamen naar de opening.
Daarna volgden tientallen jaren waarin de koepel onderdeel werd van het leven van Emmen.
Andere plaatsen volgden.
Dalen.
Nieuw-Dordrecht.
Emmer-Compascuum.
Zweeloo.
Coevorden.
Sommige koepels verdwenen.
Andere bleven.
Maar de gedachte erachter bleef dezelfde:
muziek hoort bij mensen.
En misschien is dat ook de reden dat de koepel in Emmen nog altijd bestaat.
Niet omdat hij zo oud is.
Niet alleen omdat hij monumentaal is.
Maar omdat mensen hem belangrijk vonden.
In 1932.
In 1934.
In 1945.
In 2013.
In 2024.
En nu opnieuw in 2026.
De koepel werd ooit gebouwd met kwartjes.
Hij wordt tegenwoordig gerestaureerd met monumentengeld.
Maar uiteindelijk is er maar één ding dat hem werkelijk in leven houdt:
mensen die er iets willen laten klinken.
Dus als er ergens in Zuidoost-Drenthe weer een fanfare, harmonie, koor, band of zanger onder zo’n oud dak begint te spelen, blijf dan eens staan.
Kijk niet alleen naar het podium.
Kijk naar de koepel.
Denk aan de mensen die hem bouwden.
Aan de mensen die ervoor betaalden.
Aan de muzikanten die er speelden.
Aan degenen die er hun eerste liefde vonden.
Aan degenen die er in 1945 naar de muziek luisterden en wisten dat de oorlog voorbij was.
En aan de mensen die tientallen jaren later voorkwamen dat de koepel werd afgebroken.
Want dan begrijp je wat zo’n eenvoudig bouwwerk werkelijk is.
Geen dak boven muziek.
Maar een dak boven herinneringen.
En zolang er muziek klinkt, is het verhaal nog niet afgelopen.
