De grens die we samen bouwen — en Duitsland weer bewaakt

Goedemiddag, welkom op onze website!

Ergens tussen Zuidoost Drenthe en Duitsland ligt een merkwaardige Europese werkelijkheid. We geven miljoenen uit om de grens minder belangrijk te maken, maar tegelijkertijd zet Duitsland diezelfde grens weer nadrukkelijk op de kaart.

Neem de E233. De weg die vanuit Nederland via de A37 bij Emmen naar Duitsland loopt en daar als B402 verdergaat. Een grensoverschrijdende verkeersader die Nederland en Duitsland economisch en infrastructureel met elkaar moet verbinden.

Nederland deed daar niet alleen symbolisch aan mee. Voor de planvorming van de verdere uitbouw van de E233 werd via het INTERREG-programma €6 miljoen beschikbaar gesteld. De Nederlandse Staat en de provincie Drenthe brachten samen €300.000 in.

Een grensoverschrijdende weg dus. Geld uit Nederland, Duitsland en Europa. Samenwerken, verbinden, grenzen slechten. Precies zoals Europa het graag ziet.

Maar dan komt Duitsland.

De Duitse regering heeft de grenscontroles aan onder meer de Nederlandse grens opnieuw met zes maanden verlengd. Ze lopen nu door tot 15 maart 2027. Duitsland zegt dat de controles noodzakelijk zijn om illegale migratie tegen te gaan en de veiligheid te bewaken.

En daar wringt het.

Want wat hebben we eigenlijk gedaan?

We hebben de grens fysiek steeds verder weggewerkt. We hebben wegen aangelegd en verbeterd. We hebben Europese subsidies gebruikt. We hebben bestuurlijke werkgroepen opgericht. We hebben ambtenaren, provincies, ministeries en Duitse Landkreise met elkaar laten samenwerken.

En als het bouwwerk eenmaal staat, zegt Duitsland:
“Mooi, maar bij de grens controleren we toch even wie er binnenkomt.”

Dat is de Europese paradox anno 2026.

Eerst de grens weg, daarna de grenscontrole terug

En het wordt nog interessanter.

Op 13 december 2026 moet de nieuwe rechtstreekse personentrein tussen Coevorden en Bad Bentheim gaan rijden. Een verbinding waar Nederland en Duitsland opnieuw gezamenlijk aan werken. De Nederlands-Duitse stuurgroep heeft daarvoor de realisatiefase gestart.

Een trein die letterlijk de grens weer tot verbinding moet maken.

Maar op het moment dat die trein gaat rijden, zijn de Duitse grenscontroles volgens de huidige planning nog gewoon van kracht.

Dus wat gaan we straks krijgen?

Een reiziger stapt in Coevorden in de trein. Geen paspoortcontrole, geen slagboom, geen douanekantoor. Gewoon met de trein naar Duitsland, zoals het binnen Europa eigenlijk hoort.

En ergens onderweg kan de Duitse overheid besluiten:
paspoortcontrole.

Niet omdat de spoorlijn niet deugt. Niet omdat de trein verkeerd rijdt. Niet omdat Nederland en Duitsland geen afspraken hebben gemaakt. Maar omdat Duitsland tijdelijk opnieuw personencontroles aan de binnengrens uitvoert.

Natuurlijk: Duitsland heeft daar binnen de Europese regels onder bepaalde omstandigheden mogelijkheden toe. Dat maakt het juridisch mogelijk.

Maar juridisch mogelijk betekent nog niet dat het politiek logisch is.

Wat betalen we eigenlijk voor Europa?

Misschien moeten we daarom eens ophouden met alleen maar te praten over de kosten van een weg, een spoorlijn of een Europese subsidie.

De echte vraag is:

Wat is een grensoverschrijdende verbinding nog waard als een land aan het einde van die verbinding de grens weer als barrière gaat behandelen?

Nederland betaalt mee aan de ontwikkeling van de E233.

Nederland en Duitsland werken samen aan de spoorverbinding Coevorden–Bad Bentheim.

Europa betaalt mee aan grensoverschrijdende projecten.

En ondertussen worden dezelfde grenzen gecontroleerd.

Dat begint verdacht veel op een Europese stoelendans te lijken.

Eerst zeggen we: grenzen moeten verdwijnen.

Dan bouwen we infrastructuur om dat mogelijk te maken.

Daarna geven we subsidie om landen beter met elkaar te verbinden.

Vervolgens openen we de verbinding feestelijk.

En daarna zetten we bij de grens weer iemand neer om te vragen:

“Uw paspoort alstublieft.”

Misschien moeten we de rekening eens anders bekijken

Ik ben niet tegen grenscontroles als daar aantoonbaar een zwaarwegende en tijdelijke noodzaak voor bestaat. Een overheid heeft een verantwoordelijkheid voor veiligheid.

Maar tijdelijke maatregelen hebben de neiging om een eigen leven te gaan leiden.

Steeds weer zes maanden erbij.

En nog eens zes maanden.

En ondertussen wennen we eraan.

Dat is misschien wel het gevaarlijkste.

Want de grens tussen Nederland en Duitsland was ooit een fysieke werkelijkheid. Daarna werd het een administratieve formaliteit. Vervolgens werd het vooral een herinnering.

Nu wordt hij opnieuw zichtbaar.

En dat terwijl wij ondertussen miljoenen investeren om hem juist onzichtbaar te maken.

Misschien moeten Den Haag en Den Bosch, Assen en Hannover, voordat ze opnieuw een lintje doorknippen bij een nieuwe grensoverschrijdende verbinding, eerst eens met elkaar afspreken wat ze eigenlijk met die grens willen.

Een grens om te verbinden?

Of een grens om te controleren?

Want beide tegelijk kan natuurlijk.

Maar het wordt wel een bijzonder dure manier van Europese samenwerking.

Eerst betalen we om de grens weg te halen.

En daarna betalen we opnieuw voor de gevolgen wanneer iemand hem weer terugzet.


Ontdek meer van Jan Veenstra

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Eén antwoord op “”

Geef een reactie

×
Uit het archief van Jan Veenstra
Misschien is het tijd voor een Grijze Woensdag
Goedemiddag, welkom op onze website! Als boeren protesteren, rijden de trekkers naar Den Haag. De files lopen op, de media staan erbij en de politiek luistert. Maar hoe laat je als oudere zien dat je er ook toe doet? De cijfers van het CBS liegen er niet om. Voor ruim een half miljoen huishoudens is …
Lees verder →

Ontdek meer van Jan Veenstra

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder