Mona Keijzer en de valkuil van de snelle politieke opmars

Goedemorgen, welkom op onze website!

Mona Keijzer begint opnieuw. Na haar vertrek bij het CDA en later bij BBB kiest ze nu voor een eigen sociaal-conservatieve beweging: Project 2029. Voorlopig geen partij, maar een beweging die rustig wil bouwen aan ideeën, deskundigheid en een organisatie.

Dat laatste klinkt eigenlijk verstandig. Want de Nederlandse politiek heeft de afgelopen jaren een merkwaardig patroon laten zien: nieuwe partijen kunnen razendsnel groot worden, maar soms verdwijnen ze bijna net zo snel weer van het toneel.

De kiezer kan in korte tijd massaal overstappen wanneer een nieuwe partij precies lijkt te verwoorden wat er leeft. Een bekend gezicht, een aansprekende boodschap en veel onvrede over de bestaande politiek kunnen voldoende zijn voor een spectaculaire verkiezingsuitslag. Maar daarmee is nog geen politieke organisatie gebouwd.

Dat hebben we de afgelopen jaren verschillende keren gezien. Nieuwe partijen kwamen met hoge verwachtingen de Tweede Kamer binnen, kregen in korte tijd veel zetels en werden vervolgens geconfronteerd met iets wat tijdens de verkiezingscampagne minder zichtbaar was: samenwerken, organiseren, compromissen sluiten en een fractie bij elkaar houden.

Want winnen is één ding. Besturen en overeind blijven is iets heel anders.

Een partij die in korte tijd van enkele zetels naar een grote fractie groeit, krijgt bovendien onmiddellijk te maken met een praktisch probleem. Waar haal je voldoende ervaren mensen vandaan? Wie worden de woordvoerders? Wie kan een ministerie aan? Wie bewaakt de partijorganisatie? En wat gebeurt er wanneer Kamerleden onderling verschillende ideeën hebben?

Juist daarom kan Keijzers keuze om niet onmiddellijk een nieuwe partij uit de grond te stampen interessant zijn. Misschien heeft ze geleerd van wat er bij eerdere partijen misging. Eerst nadenken over de politieke koers, mensen verzamelen en een organisatie opbouwen en pas daarna besluiten of deelname aan verkiezingen verstandig is.

Maar ook voor haar ligt een andere valkuil op de loer.

Mona Keijzer is een bekend politiek merk. Dat kan een enorme voorsprong zijn, maar het kan ook een beperking worden. Als Project 2029 vooral afhankelijk blijft van de populariteit van Keijzer, ontstaat opnieuw het risico van een partij die groter is dan haar organisatie.

En zodra het persoonlijke gezicht van de partij onder druk komt te staan, kan de hele beweging mee gaan wankelen.

Daar komt nog bij dat het op de rechterflank al behoorlijk druk is. Kiezers kunnen kiezen uit verschillende partijen die strengere migratie, minder bureaucratie en meer nationale zeggenschap bepleiten. Project 2029 zal dus moeten uitleggen waarin het wezenlijk verschilt van wat er al bestaat.

De geschiedenis van de Nederlandse politiek leert bovendien dat kiezers niet eeuwig op dezelfde partij blijven stemmen. Nieuwe partijen kunnen een enorme aantrekkingskracht hebben, zeker wanneer zij het gevoel van maatschappelijke onvrede weten te vangen. Maar die aantrekkingskracht kan net zo snel afnemen wanneer verwachtingen niet worden waargemaakt.

Daarom is de belangrijkste uitdaging voor Mona Keijzer misschien niet het binnenhalen van veel stemmen, maar het voorkomen dat die stemmen haar meteen weer verlaten.

Te snel te groot worden kan een politieke partij namelijk net zo kwetsbaar maken als te klein blijven. Een huis bouw je ook niet door eerst de tweede verdieping neer te zetten en daarna pas te bedenken waar de fundering moet komen.

Misschien is Project 2029 daarom wel interessanter als het langzaam groeit. Niet vanuit de gedachte: hoeveel zetels kunnen we straks halen? Maar vanuit de vraag: kunnen we over tien jaar nog steeds bestaan?

Dat zou een verfrissende benadering zijn in een politiek landschap waarin nieuwe partijen soms worden gelanceerd alsof het nieuwe merken zijn. Een mooie verkiezingsuitslag is tenslotte geen eindstation.

Het echte politieke succes begint pas ná de verkiezingsavond.


Ontdek meer van Jan Veenstra

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie

×
Uit het archief van Jan Veenstra
Je mag het zeggen. Soms zelfs te veel.
Goedemorgen, welkom op onze website! Wij Nederlanders hebben een merkwaardige eigenschap. We klagen. We klagen over de regering, over de oppositie, over de gemeente, over Brussel, over boeren, over automobilisten, over fietsers en soms zelfs over het weer. En als er een onderwerp is waarover we nog niet hebben geklaagd, dan vinden we daar meestal …
Lees verder →