Je mag het zeggen. Soms zelfs te veel.

Goedemiddag, welkom op onze website!

Wij Nederlanders hebben een merkwaardige eigenschap. We klagen.

We klagen over de regering, over de oppositie, over de gemeente, over Brussel, over boeren, over automobilisten, over fietsers en soms zelfs over het weer. En als er een onderwerp is waarover we nog niet hebben geklaagd, dan vinden we daar meestal binnen een paar minuten wel een aanleiding voor.

En eerlijk gezegd denk ik ook weleens: het mag wel wat minder.

Maar dan lees ik een bericht uit Rusland.

Daar heeft het Russische hooggerechtshof besloten dat Jabloko, een liberale oppositiepartij die zich openlijk tegen de oorlog in Oekraïne keert, niet mag deelnemen aan de komende parlementsverkiezingen.

De formele reden: een kleine, sterk pro-Kremlin gezinde partij had de zaak aangespannen omdat Jabloko bepaalde donaties niet zou hebben opgegeven, waaronder steun uit het Westen.

Jabloko ontkent dat en noemt de uitsluiting een politieke aanval.

En daar zit precies het verschil.

Want verkiezingen zijn natuurlijk meer dan een stembiljet en een hokje met een potlood. Verkiezingen hebben pas betekenis als mensen en partijen ook daadwerkelijk de mogelijkheid hebben om mee te doen. Ook als hun mening de machthebbers niet bevalt.

Dat is democratie.

Democratie betekent namelijk niet dat iedereen het met elkaar eens is. Integendeel. Democratie betekent dat we het hartgrondig met elkaar oneens mogen zijn.

Dat iemand mag zeggen dat het kabinet er niets van bakt.

Dat een ander mag zeggen dat juist het tegenovergestelde waar is.

Dat een partij mag roepen dat Nederland de verkeerde kant op gaat.

Dat een andere partij vervolgens mag zeggen dat die eerste partij er helemaal niets van begrijpt.

En ja, soms wordt het ordinair. Soms wordt er geschreeuwd. Soms wordt er op sociale media complete onzin verkondigd. Soms zou je willen dat sommige politici en sommige burgers eerst even ademhalen voordat ze opnieuw op de verzendknop drukken.

Maar ook dat hoort bij vrijheid.

Het vervelende van vrijheid is namelijk dat je haar ook moet gunnen aan mensen van wie je de mening verschrikkelijk vindt.

Dat is misschien wel de moeilijkste democratische oefening die er bestaat.

Vrijheid van meningsuiting is niet bedoeld voor mensen die precies hetzelfde denken als jij. Daar heb je die vrijheid nauwelijks voor nodig. Vrijheid wordt pas echt belangrijk wanneer iemand iets zegt waarvan je denkt: wat een onzin!

Dan kun je reageren.

Je kunt argumenten geven.

Je kunt iemand proberen te overtuigen.

Je kunt zelfs zeggen dat je het helemaal zat bent.

Maar je kunt niet simpelweg zeggen: die partij doen we niet meer mee.

En daarom moeten we misschien wat zuiniger omgaan met iets wat voor ons zo gewoon is geworden dat we het nauwelijks nog zien.

Wij mogen zeggen wat we willen.

Wij mogen kritiek hebben.

Wij mogen protesteren.

Wij mogen een politieke partij oprichten.

Wij mogen bij verkiezingen op iemand anders stemmen dan onze buurman.

En wij mogen zelfs zeggen dat de regering, de oppositie, de gemeente of de journalistiek het allemaal verkeerd ziet.

Soms denk ik: het mag inderdaad wel wat minder.

Maar zodra ik vervolgens lees dat in een ander land een oppositiepartij simpelweg van de verkiezingen wordt uitgesloten, denk ik vooral:

Laat het bij ons dan maar lekker wat meer zijn.

Want liever een land waarin mensen af en toe te veel zeggen, dan een land waarin mensen eerst moeten nadenken of ze het überhaupt nog wel mógen zeggen.

Vrijheid is soms luidruchtig.

Democratie is soms rommelig.

En oppositie is soms buitengewoon irritant.

Maar zolang we erover kunnen mopperen, kunnen schrijven, kunnen stemmen en kunnen zeggen wat we ervan vinden, is er iets heel kostbaars dat nog steeds overeind staat.

En dat moeten we koesteren.


Ontdek meer van Jan Veenstra

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie

×
Uit het archief van Jan Veenstra
Starters willen niet minder graag kopen, ze zijn murw geslagen
Goedemiddag, welkom op onze website! Volgens een nieuw onderzoek willen starters ineens minder graag een koopwoning. De verklaring? Ze zouden hun kansen realistischer zijn gaan inschatten. Dat klinkt mooi, maar het vertelt niet de werkelijkheid. De meeste starters dromen nog altijd van een eigen huis. Niet omdat ze zo graag een hypotheek willen, maar omdat …
Lees verder →

Ontdek meer van Jan Veenstra

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder