We zijn in Nederland ergens onderweg het verschil kwijtgeraakt tussen een probleem onderzoeken en een probleem oplossen. Zodra iets niet goed gaat, lijkt de eerste reflex niet meer te zijn om in te grijpen, maar om een onderzoek in te stellen. Daarna volgt een rapport, een evaluatie, een reeks aanbevelingen en vervolgens een nieuw onderzoek naar de uitvoering daarvan. En als het tegenzit, begint de hele cyclus opnieuw.
Ondertussen blijft de burger met de problemen zitten.
Neem de dagelijkse ergernissen waar vrijwel iedereen mee te maken krijgt. Auto’s die op de stoep worden geparkeerd, afval dat naast containers wordt gedumpt, hondenpoep die niet wordt opgeruimd, geluidsoverlast, hardrijders in woonwijken en foutparkeerders die zich nergens iets van aantrekken. Het zijn geen nieuwe maatschappelijke vraagstukken waarvoor eerst een uitgebreid onderzoek nodig is. Het zijn bekende problemen waarvoor in veel gevallen al regels bestaan.
Waarom besteden we dan niet meer geld aan handhaving?
Natuurlijk, handhaving kost geld. Er moeten mensen worden aangesteld, opgeleid en betaald. Maar onderzoeken, adviesbureaus, evaluaties en beleidsontwikkeling kosten eveneens geld. De vraag is dus niet alleen hoeveel iets kost, maar vooral wat het oplevert.
Wat hebben burgers eraan als er opnieuw een rapport verschijnt over overlast, verkeersveiligheid of afvalproblemen, terwijl ze de volgende ochtend tegen precies dezelfde situatie aanlopen? Hoeveel onderzoeken zijn er nodig voordat iemand besluit dat bestaande regels ook daadwerkelijk moeten worden gehandhaafd?
Ik pleit er niet voor om alle onderzoeken af te schaffen. Sommige maatschappelijke problemen zijn ingewikkeld en vragen om gedegen onderzoek. Maar er is een groot verschil tussen een probleem waarvan de oorzaak onbekend is en een probleem waarvan we allang weten wat er gebeurt, maar waarbij onvoldoende wordt opgetreden.
Juist daar valt winst te behalen.
Stel een deel van het geld dat nu naar onderzoeken, evaluaties en adviestrajecten gaat beschikbaar voor extra handhavers. Mensen die zichtbaar aanwezig zijn, overtredingen vaststellen en waar nodig bekeuringen uitschrijven. Niet alleen tijdens aangekondigde acties, maar juist op de plaatsen en momenten waarop de overlast ontstaat.
Dat vraagt om duidelijke keuzes. Niet iedere overtreding kan worden aangepakt en niet iedere handhaver kan overal tegelijk zijn. Maar dat is geen reden om handhaving steeds opnieuw naar de achtergrond te schuiven.
Consequente handhaving kan bovendien voorkomen dat problemen zich blijven herhalen. Dat kan schelen in klachten, schade en de inzet die achteraf nodig is om conflicten op te lossen. En misschien nog belangrijker: mensen ervaren dat de overheid niet alleen regels opstelt, maar er ook voor zorgt dat die regels betekenis hebben.
Van burgers wordt voortdurend verwacht dat ze zich aan regels houden, belasting betalen en verantwoordelijkheid nemen. Terecht. Maar dan mag diezelfde burger ook verwachten dat de overheid haar verantwoordelijkheid neemt.
Misschien moeten we daarom ophouden met het eindeloos onderzoeken van problemen die we allang kennen. Verplaats een deel van dat geld naar handhaving. Minder rapporten in de la, meer mensen op straat. Minder praten over oplossingen, meer zichtbare resultaten.
Een samenleving wordt niet beter van de hoeveelheid rapporten die we produceren, maar van de problemen die we daadwerkelijk oplossen.
Ontdek meer van Jan Veenstra
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
