Een opfriscursus voor oudere automobilisten? Prima idee. Maar waarom kijken we niet eens naar het rijgedrag van alle automobilisten?
RTV Drenthe berichtte over een opfriscursus voor senioren die al tientallen jaren hun rijbewijs hebben. Een goed initiatief, daar is weinig tegen in te brengen. Verkeersregels kunnen veranderen en gewoontes kunnen erin sluipen. Maar terwijl ik het artikel las, bekroop mij het gevoel dat er iets belangrijks ontbreekt. Want zijn het werkelijk vooral de oudere automobilisten die we eens kritisch onder de loep moeten nemen?
Neem de dode hoek. De instructeur hamert op het bekende rijtje: binnenspiegel, buitenspiegel en over de schouder kijken. Helemaal terecht. Maar wat als iemand door een stijve nek of beperkte beweeglijkheid zijn hoofd nauwelijks meer kan draaien? Dan is het probleem niet simpelweg een vergeten verkeersregel. Dan gaat het ook om lichamelijke mogelijkheden en de vraag hoe iemand veilig kan blijven rijden.
En dan het invoegen op de snelweg. Hoe vaak zie je automobilisten die met een veel te lage snelheid de invoegstrook afrijden en zich vervolgens tussen het snelle verkeer proberen te wurmen? Achteropkomende bestuurders moeten remmen of uitwijken. Een invoegstrook is er niet voor niets: je gebruikt die om snelheid op te bouwen en, waar de omstandigheden het toelaten, zo goed mogelijk aan te sluiten bij het verkeer. Dat vraagt inzicht en durf, maar vooral verkeersinzicht. En dat ontbreekt niet uitsluitend bij senioren.
Nog zoiets: richting aangeven. Het lijkt wel een uitstervende gewoonte. Te laat, helemaal niet, of pas wanneer de auto al aan zijn manoeuvre is begonnen. Alsof de richtingaanwijzer een overbodig accessoire is geworden. Maar hoe moet een medeweggebruiker weten wat je van plan bent als je dat niet laat zien?
Vooral bij het parkeren zie je hoe gevaarlijk dat kan zijn. Een automobilist mindert plotseling vaart. De bestuurder erachter vraagt zich af wat er gebeurt. Gaat hij afslaan? Zoekt hij een adres? Wil hij parkeren? Pas op het laatste moment gaat de richtingaanwijzer aan, of helemaal niet. De ander heeft dan nauwelijks tijd om te anticiperen. Tijdig richting aangeven is geen beleefdheidsgebaar, maar een essentieel onderdeel van veilig verkeersgedrag.
En zo zijn er meer voorbeelden. Automobilisten die onvoldoende afstand houden, bij een rijstrookwisseling niet goed kijken of denken dat de rest van het verkeer vanzelf wel voor hen aan de kant gaat. Dat zijn geen problemen die je met een leeftijdsaanduiding kunt verklaren.
Natuurlijk kan een opfriscursus nuttig zijn. Ook ik ben ervoor dat automobilisten hun kennis en vaardigheden van tijd tot tijd tegen het licht houden. Maar laten we niet doen alsof dit vooral een kwestie van ouderdom is. Een jonge bestuurder kan overmoedig zijn, een ervaren automobilist kan gemakzuchtig worden en een senior kan juist heel zorgvuldig rijden.
Wat mij betreft zou zo’n cursus daarom niet alleen over verkeersborden en theorie moeten gaan, maar vooral over de praktijk: spiegelen, de dode hoek controleren, verantwoord invoegen, tijdig richting aangeven en rekening houden met anderen.
Een rijbewijs haal je één keer, maar goed rijgedrag moet je iedere dag opnieuw laten zien. Het artikel van RTV Drenthe is goed bedoeld, maar onvolledig. Want niet de leeftijd van de bestuurder is de kern van het probleem. Het gaat om de manier waarop we ons gedragen in het verkeer. En daar kunnen we allemaal nog weleens een opfriscursus voor gebruiken.
Ontdek meer van Jan Veenstra
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
