20.000 woningen op papier, maar wie gaat ze bouwen?

Goedemiddag, welkom op onze website!

Bijna 20.000 extra woningen wil de provincie Drenthe tot en met 2035 realiseren. Minimaal twee derde daarvan moet betaalbaar zijn. Het klinkt prachtig. Een provincie die vooruitkijkt, de woningnood wil aanpakken en ervoor wil zorgen dat starters, gezinnen en ouderen een dak boven hun hoofd kunnen vinden. Maar ik heb zo langzamerhand wel geleerd dat er een groot verschil bestaat tussen plannen maken achter een vergadertafel en daadwerkelijk iets voor elkaar krijgen. Een woning op papier is namelijk nog geen woning waarin iemand kan wonen.

Laten we eerst eens naar de cijfers kijken. Om bijna 20.000 woningen in negen jaar tijd te realiseren, moeten er gemiddeld zo’n 2.200 woningen per jaar bijkomen. In 2025 werden in Drenthe 1.609 woningen gebouwd. Dat betekent dat de bouwproductie omhoog moet. En niet een beetje ook. Dat kan natuurlijk, maar dan moet er wel iets gebeuren. De provincie heeft zelf al gewaarschuwd dat een groot deel van de woningbouwopgave onder druk staat. Dan vraag ik mij af waarom we steeds opnieuw met indrukwekkende aantallen komen, terwijl de voorwaarden om die aantallen te halen nog lang niet allemaal op orde zijn.

Want waar moeten die woningen komen? Wie betaalt de infrastructuur? Is er voldoende ruimte op het elektriciteitsnet? Kunnen de vergunningen worden verleend? Is er genoeg personeel om de plannen uit te werken en uit te voeren? En hoe zit het met de stikstofregels die bouwprojecten kunnen vertragen? Dat zijn geen bijzaken die we later nog wel even regelen. Dat zijn juist de zaken die bepalen of er straks daadwerkelijk gebouwd kan worden.

Neem de netcongestie. We willen woningen bouwen, bedrijven uitbreiden en onze economie draaiende houden, maar op steeds meer plaatsen is de capaciteit van het elektriciteitsnet een probleem. Je kunt een prachtig nieuwbouwwijkje op een tekening zetten, de toekomstige bewoners alvast welkom heten en de projectontwikkelaar feliciteren met zijn plannen, maar als de stroomaansluiting niet geregeld kan worden, schiet niemand daar iets mee op. Dan hebben we opnieuw een mooi plan waar de werkelijkheid niet op tijd achteraan komt.

En dan het geld. Gemeenten moeten wegen aanleggen, riolering regelen, grond bouwrijp maken en zorgen voor groen, parkeerplaatsen en andere voorzieningen. Dat kost geld, veel geld. Tegelijkertijd staan gemeenten onder financiële druk en moeten ze op allerlei andere terreinen keuzes maken. Wie gaat het tekort betalen? De gemeente, de provincie, het Rijk of uiteindelijk de woningzoekende? Dat antwoord hoor ik bij dit soort ambities graag voordat de feestelijke persberichten worden verstuurd.

Ook het woord betaalbaar verdient wat extra aandacht. Minimaal twee derde van de nieuwbouw moet betaalbaar zijn. Dat klinkt goed, maar betaalbaar voor wie? Voor iemand met een modaal inkomen, voor een starter die nauwelijks eigen geld heeft of voor een oudere die na verkoop van de eigen woning kleiner wil gaan wonen? Een woning kan volgens de officiële definitie betaalbaar zijn, terwijl iemand met een bescheiden inkomen er in de praktijk nog steeds niet voor in aanmerking komt. We moeten dus niet alleen woningen tellen, maar ook kijken wie er daadwerkelijk terechtkan.

In Zuidoost-Drenthe weten we hoe belangrijk dat is. In Emmen en Coevorden, maar ook in de omliggende dorpen, zoeken mensen een woning. Jongeren willen zelfstandig worden, gezinnen zoeken meer ruimte en ouderen willen graag verhuizen naar een passende woning zonder hun vertrouwde omgeving te verlaten. Als die woningen er niet zijn, blijven mensen noodgedwongen zitten waar ze zitten. Daardoor komt de doorstroming op gang noch op gang. Starters blijven wachten, gezinnen vinden niets geschikts en ouderen kunnen niet verhuizen naar een woning die beter bij hun situatie past.

Intussen worden er nieuwe plannen aangekondigd en nieuwe aantallen genoemd. Er worden woningbouwlocaties onderzocht, beleidsstukken geschreven en vergaderingen gehouden. Dat hoort er allemaal bij, begrijp me goed. Maar op een gegeven moment wil de woningzoekende niet nóg een beleidsnota lezen. Die wil weten wanneer hij de sleutel krijgt.

Natuurlijk zijn er ook positieve ontwikkelingen. Elf Drentse gemeenten hebben onlangs gezamenlijk subsidie aangevraagd voor ruim 1.400 woningen in achttien projecten. Dat is een concrete stap, al moet de subsidie nog worden toegekend en moeten de woningen vervolgens ook daadwerkelijk worden gerealiseerd. Precies daar zit het verschil tussen een aanvraag, een plan en een opgeleverde woning. Pas als de bouw begint en de sleutel wordt overhandigd, kan de woningzoekende er iets mee.

Daarom zou ik graag zien dat provincie en gemeenten voortaan niet alleen vertellen hoeveel woningen ze willen bouwen, maar ook hoeveel projecten werkelijk uitvoerbaar zijn. Hoeveel locaties zijn beschikbaar? Hoeveel woningen hebben een realistische planning? Waar zijn de vergunningen geregeld? Waar is de financiering rond? En waar dreigt vertraging door stikstof, netcongestie of ontbrekende infrastructuur? Zet die cijfers gewoon overzichtelijk bij elkaar en houd de inwoners op de hoogte. Niet om opnieuw een rapport te vullen, maar om te laten zien wat er daadwerkelijk gebeurt.

Want bijna 20.000 woningen bouwen is geen kleine opgave. Het vraagt om samenwerking, geld, ruimte en vooral een overheid die niet alleen ambities uitspreekt, maar ook zorgt dat de voorwaarden aanwezig zijn om die ambities waar te maken. Anders dreigt het bekende Nederlandse verschijnsel: grootse plannen, ingewikkelde procedures, jarenlange vertraging en uiteindelijk de mededeling dat de omstandigheden toch anders zijn dan verwacht.

De woningnood wacht ondertussen niet. Een starter kan niet nog tien jaar bij zijn ouders blijven wonen omdat er ergens een vergunning ontbreekt. Een gezin kan zijn leven niet eindeloos uitstellen omdat de infrastructuur nog moet worden aangelegd. En een oudere die kleiner wil wonen, heeft niets aan een nieuwbouwwijk die pas op papier bestaat.

Dus provincie Drenthe, laat die bijna 20.000 woningen maar komen. Maar vertel er dan ook bij hoe, waar, wanneer en voor wie ze worden gebouwd. Want inwoners hebben weinig aan mooie aantallen in een beleidsprogramma. Ze willen een betaalbare woning, een realistische opleverdatum en vooral de zekerheid dat er ook echt gebouwd gaat worden.

Twintigduizend woningen op papier is een ambitie. Twintigduizend woningen met een sleutel in het slot is pas resultaat.


Ontdek meer van Jan Veenstra

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie

×
Uit het archief van Jan Veenstra
De duurste plas van Coevorden
Goedemiddag, welkom op onze website! Achtentwintig graden. De zon schijnt uitbundig. Het is vakantietijd. Je zou verwachten dat de waterbak op de Markt in Coevorden het bruisende middelpunt van de stad is. Kinderen die spetteren, ouders op een bankje met een ijsje, jongeren die verkoeling zoeken. Een ansichtkaart van een levendig stadscentrum. De werkelijkheid is …
Lees verder →

Ontdek meer van Jan Veenstra

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder