Femicide: waarom mogen we man en paard niet noemen?

Goedemiddag, welkom op onze website!

“Het gebeurt ook om je heen.”

Die woorden van Vera Hans, adviseur openbare orde en veiligheid in Coevorden, zijn wat mij betreft precies de reden waarom we het gesprek over femicide niet moeten beperken tot een campagne, een vrachtwagen en een steunpunt.

Aandacht is goed. Bewustwording is goed. Slachtoffers moeten worden geholpen en signalen moeten eerder worden herkend.

Maar als we het probleem werkelijk willen aanpakken, moeten we ook de ongemakkelijke vragen durven stellen.

Wie zijn de daders? Waar komen ze vandaan? Welke cultuur speelt een rol? Welke religie speelt een rol? En zien we bepaalde patronen vaker binnen bepaalde bevolkingsgroepen?

Dat zijn geen verboden vragen.

Sterker nog: als we ze niet stellen, kunnen we ook geen gericht beleid maken.

Kijk naar de cijfers van het Landelijk Expertise Centrum Eer Gerelateerd Geweld van de politie. In 2025 werden daar 757 zaken behandeld waarbij een eermotief werd vermoed. Van die zaken had 34 procent een Syrische context, 15 procent een Turkse achtergrond, 11 procent een Marokkaanse context, 7 procent een Iraakse achtergrond en 6 procent een Afghaanse achtergrond. (politie.nl)

Dat zijn geen cijfers die je onder het tapijt moet vegen.

En voordat iemand begint te roepen dat dit discriminatie is: nee, het benoemen van cijfers is geen discriminatie.

Discriminatie ontstaat wanneer je vervolgens alle mensen uit zo’n bevolkingsgroep over één kam scheert.

Dat doen de cijfers namelijk niet.

Ze laten wél zien dat bepaalde migratieachtergronden sterk vertegenwoordigd zijn in de bij het expertisecentrum geregistreerde eergerelateerde zaken.

En daar mogen we dus vragen over stellen.

Maar er is nog een tweede kant.

We moeten ook eerlijk zijn over wat deze cijfers níét zeggen. Eergerelateerd geweld is niet hetzelfde als femicide. Het is evenmin bewijs dat een bepaalde religie verantwoordelijk is voor femicide. De politie benadrukt dat eerconflicten in verschillende culturen voorkomen. Ook mensen zonder migratieachtergrond komen in deze zaken voor. (politie.nl)

Maar juist daarom moeten we beter registreren.

Want nu weten we onvoldoende.

We weten bijvoorbeeld niet van alle femicidezaken welke rol cultuur, religie, eer, stalking, jaloezie, controle, scheiding of andere motieven hebben gespeeld. Het CBS registreert het motief van moord of doodslag niet en kan daardoor ook niet zelfstandig vaststellen hoeveel moorden daadwerkelijk als femicide moeten worden aangemerkt. (cbs.nl)

En daar gaat het volgens mij mis.

We organiseren een campagne.

We zetten een vrachtwagen neer.

We vragen aandacht.

We richten een steunpunt op.

Maar ondertussen ontbreekt een deel van de informatie waarmee je het probleem bij de wortel kunt aanpakken.

Noem man en paard.

Als een bepaalde culturele omgeving aantoonbaar vaker voorkomt bij eergerelateerd geweld, benoem dat dan.

Als religieuze opvattingen in bepaalde gevallen een rol spelen, benoem dat dan.

Als bepaalde vormen van patriarchale sociale controle bijdragen aan het probleem, benoem dat dan.

Maar als blijkt dat hetzelfde probleem ook volop voorkomt onder autochtone Nederlanders, benoem dát dan eveneens.

Want eerlijk onderzoek heeft geen voorkeur voor de uitkomst.

En misschien is dat precies wat we nodig hebben.

Niet een verhaal waarin we vooraf al hebben besloten wat we wel en niet mogen zeggen.

Maar cijfers die ons vertellen wat er werkelijk gebeurt.

Nederland is een samenleving met mensen met allerlei achtergronden, culturen en religies. Als we serieus werk willen maken van het voorkomen van femicide, moeten we dus ook bereid zijn te onderzoeken of die verschillen er toe doen.

Niet om groepen te beschuldigen.

Maar om te weten waar we moeten ingrijpen.

Want stel dat blijkt dat bepaalde vormen van eer, religieuze normen of culturele opvattingen over de positie van vrouwen een aantoonbare rol spelen. Dan is het toch juist onverantwoord om dat uit angst voor maatschappelijke discussie niet te benoemen?

En stel dat uit onderzoek blijkt dat die factoren nauwelijks een rol spelen en dat het probleem vooral draait om partnergeweld, machtsuitoefening, jaloezie en controle?

Dan moeten we dát accepteren.

Dat is het verschil tussen vooroordelen en feiten.

Daarom zou mijn oproep niet alleen zijn: meer aandacht voor femicide.

Mijn oproep is:

Onderzoek het. Registreer het. Vergelijk het. En durf vervolgens te zeggen wat de cijfers laten zien.

Ook als dat ongemakkelijk is.

Want een vrouw heeft uiteindelijk niets aan een samenleving die heel zorgvuldig de juiste woorden kiest, maar ondertussen niet durft te kijken naar de oorzaken van het geweld.

Man en paard noemen is geen probleem als de feiten het paard aanwijzen. Het probleem ontstaat pas wanneer we weigeren te kijken omdat we bang zijn wat we zullen zien.


Ontdek meer van Jan Veenstra

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie

×
Uit het archief van Jan Veenstra
Het nieuwe normaal: het wiel opnieuw uitvinden
Goedemiddag, welkom op onze website! Steeds vaker hoor ik de woorden: het nieuwe normaal. En iedere keer vraag ik mij af: wat is er eigenlijk nieuw aan? Als je zeventig jaar bent, heb je al heel wat veranderingen meegemaakt. Zaken die vroeger vanzelfsprekend waren, lijken nu opnieuw te moeten worden uitgelegd. Een tas hoort niet …
Lees verder →

Ontdek meer van Jan Veenstra

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder