Déjà vu. Heeft u dat ook wel eens?
Ik had het toen ik het verhaal las waarin de baas van VNO-NCW waarschuwt voor de gevolgen van kunstmatige intelligentie. Volgens hem zullen er bedrijven komen waar nu honderd mensen werken en straks nog maar twintig nodig zijn. Tachtig mensen overbodig. AI doet het werk.
Ik dacht meteen: waar heb ik dat eerder gehoord?
Nou, eigenlijk overal.
Toen de eerste computers hun intrede deden, werd ons ook verteld dat het niet lang meer zou duren voordat computers het werk van mensen zouden overnemen. Kantoren zouden leeglopen, banen zouden verdwijnen en de computer zou de mens naar de arbeidsmarkt van het verleden verwijzen.
Daarna kwam het internet.
Nog zo’n revolutie. Alles zou anders worden. Kranten zouden verdwijnen, winkels zouden hun deuren sluiten en allerlei beroepen zouden overbodig worden. Want waarom zou je nog naar een winkel gaan als je alles met een paar muisklikken thuis kunt laten bezorgen?
En kijk eens waar we nu staan.
De computer is niet meer weg te denken. Het internet evenmin. En toch zijn we nog steeds met heel veel mensen aan het werk. Er zijn banen verdwenen, maar er kwamen andere voor terug. Sommige beroepen veranderden compleet en nieuwe beroepen ontstonden waarvan niemand twintig jaar eerder had gehoord.
Eigenlijk kunnen we nog veel verder terug.
Misschien begon het al bij het wiel.
Ik zie het al voor me.
De eerste uitvinder komt trots met zijn ronde ding aanzetten.
„Kijk eens wat ik heb gemaakt.”
De buurman kijkt ernaar.
„Wat moet je ermee?”
„Je kunt er dingen mee vervoeren zonder ze te tillen.”
„Dus?”
„Dus je hoeft minder mensen te hebben om een zware kar te verplaatsen.”
„Nou, lekker dan. Straks zijn al die sjouwers werkloos.”
En daar stonden we dan, duizenden jaren geleden, midden in de eerste discussie over automatisering.
Het patroon is eigenlijk steeds hetzelfde. Er wordt een nieuwe techniek uitgevonden. Die techniek maakt bepaalde werkzaamheden gemakkelijker, sneller of goedkoper. Vervolgens ontstaat de angst dat mensen overbodig worden.
En die angst is niet helemaal onterecht. Natuurlijk verdwijnen er banen. De telefoniste, de typiste, de kolenboer en de liftbediende zijn niet verdwenen omdat ze ineens geen zin meer hadden om te werken. De techniek maakte hun werk overbodig.
Maar daarmee verdween niet het werk.
Het veranderde.
En dat is volgens mij precies waar we bij AI opnieuw naar moeten kijken.
Misschien moeten we dus iets minder bang zijn voor de vraag: „Welke banen verdwijnen?”
En veel meer nadenken over de vraag: „Welk werk komt ervoor terug?”
Want één ding weten we inmiddels uit de geschiedenis: de mens is buitengewoon goed in het bedenken van nieuw werk zodra machines het oude werk hebben overgenomen.
De echte uitdaging is daarom niet dat AI tachtig van de honderd werknemers overbodig maakt.
De echte uitdaging is ervoor te zorgen dat die tachtig mensen niet worden afgeschreven als overbodig, maar de kans krijgen om iets anders te gaan doen.
Dat vraagt onderwijs. Scholing. Om- en bijscholing. En vooral de bereidheid om niet iedere technologische ontwikkeling meteen als een bedreiging te zien.
Want misschien is de grootste fout die we steeds opnieuw maken wel dat we naar de toekomst kijken met de banen van vandaag in ons hoofd.
Dat deden ze bij de komst van het wiel.
Dat deden ze bij de komst van de computer.
Dat deden ze bij de komst van internet.
En nu doen we het opnieuw met AI.
Déjà vu dus.
Alleen vraag ik me inmiddels wel af wanneer we eens leren dat de mens misschien helemaal niet zo snel overbodig wordt.
We vinden namelijk altijd wel weer iets om te doen.
Desnoods gaan we met z’n allen uitleggen aan een computer waarom hij het toch echt verkeerd heeft begrepen.
Ontdek meer van Jan Veenstra
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
