PFAS: van kunstmatige intelligentie tot onze patat

Goedenavond, welkom op onze website!

PFAS in het kraanwater. PFAS in eieren. PFAS in onze leefomgeving. En nu blijkt er ook een groeiende vraag naar PFAS vanuit de explosief groeiende wereld van kunstmatige intelligentie.

Dat vind ik een merkwaardige ontwikkeling.

PFAS zijn een grote groep chemische stoffen die vanwege hun eigenschappen op enorme schaal zijn toegepast. Ze zijn bestand tegen hitte, water en chemicaliën. Precies die eigenschappen maken ze interessant voor de hightechindustrie. Voor de productie van geavanceerde chips bijvoorbeeld. En nu AI-datacenters steeds krachtiger worden, groeit ook de vraag naar materialen en koeltechnieken waarin fluorhoudende stoffen worden gebruikt.

De AI-industrie dendert dus vooruit.

Maar ondertussen hebben we aan de andere kant van de medaille een heel ander verhaal.

PFAS kunnen in het milieu terechtkomen en zich verspreiden via bodem en water. En uiteindelijk kunnen ze in de voedselketen belanden. Eieren van kippen die buiten lopen zijn daar een voorbeeld van. Ook ons drinkwater wordt gecontroleerd op PFAS, omdat drinkwaterbronnen ermee belast kunnen raken.

En dan staat er bij wijze van spreken gewoon een patatje op tafel.

Daar zit wat mij betreft de wrangheid.

Wij bouwen datacenters die enorme hoeveelheden elektriciteit gebruiken om kunstmatige intelligentie steeds slimmer te maken. Voor die technologie hebben we vervolgens allerlei hoogwaardige materialen nodig. Tegelijkertijd zijn we bezig de aanwezigheid van PFAS in ons milieu juist terug te dringen.

Het ene beleid zegt: minder PFAS.

De industrie zegt: meer PFAS nodig.

En de AI-industrie zegt daar vervolgens nog een schepje bovenop: nog meer rekenkracht, nog meer chips, nog meer datacenters.

Natuurlijk is het te simpel om te zeggen dat iedere PFAS hetzelfde is. De PFAS-groep omvat duizenden verschillende stoffen en de toepassingen en eigenschappen verschillen sterk. Sommige fluorpolymeren worden bijvoorbeeld anders beoordeeld dan bepaalde kleine PFAS die gemakkelijk in het milieu verspreiden.

Maar dat onderscheid maakt het maatschappelijke vraagstuk niet minder interessant.

Want ondertussen blijven wij wel zitten met de vraag waar de grens ligt.

Hoeveel chemische belasting accepteren we voor technologische vooruitgang?

En wie bepaalt dat?

De fabrikant die geld verdient aan de productie? De overheid die vergunningen verleent? De wetenschapper die onderzoekt wat wel en niet gevaarlijk is? Of de burger die uiteindelijk zijn kraan opendraait, een ei bakt en een zak patat op tafel zet?

Ik heb niets tegen technologie. Integendeel. Maar vooruitgang is wat mij betreft niet alleen de vraag hoeveel sneller een computer kan rekenen.

Vooruitgang zou óók moeten betekenen dat we ervoor zorgen dat wat uit onze kraan komt schoon is, wat op ons bord ligt verantwoord is en wat we in het milieu stoppen daar niet vervolgens generaties lang blijft rondzwerven.

Want het is toch een vreemde wereld wanneer wij kunstmatige intelligentie steeds slimmer maken, terwijl we ondertussen nog steeds moeten uitzoeken hoe we voorkomen dat chemische stoffen zich overal om ons heen ophopen.

AI mag dan kunstmatig intelligent zijn. Met onze natuurlijke leefomgeving moeten we vooral verstandig omgaan.

Anders eten we straks misschien wel heel slimme patat.

Maar niemand kan ons vertellen wat erin zit.


Ontdek meer van Jan Veenstra

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie

×
Uit het archief van Jan Veenstra
Stroom lijkt niet meer vanzelfsprekend
Goedenavond, welkom op onze website! Jarenlang hoefden we nergens over na te denken. We drukten op een schakelaar en het licht brandde. De koelkast bleef koud, de cv deed zijn werk, de computer startte op en pinnen kon overal. Elektriciteit was net zo vanzelfsprekend als stromend water. Die vanzelfsprekendheid begint scheurtjes te vertonen. De afgelopen …
Lees verder →

Ontdek meer van Jan Veenstra

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder