Een democratie verdwijnt zelden op één dag. Er komt geen ochtend waarop burgers wakker worden en ontdekken dat de vrijheid officieel is afgeschaft. Zo werkt het meestal niet. Democratieën verzwakken stap voor stap. Eerst worden instituties belachelijk gemaakt, daarna onder druk gezet en uiteindelijk buitenspel gezet.
De aanval van de Amerikaanse regering op het Internationaal Strafhof in Den Haag is daarom meer dan een ruzie over internationale rechtspraak. Natuurlijk mogen landen kritiek hebben op het ICC. Ook de Verenigde Staten hebben nooit volledig achter het hof gestaan. Maar er zit een groot verschil tussen kritiek leveren en proberen een internationale instelling te verzwakken omdat die mogelijk machtige mensen ter verantwoording wil roepen.
De boodschap van Washington is duidelijk: Amerikaanse burgers en functionarissen mogen niet worden beoordeeld door een rechterlijke instantie die de Amerikaanse regering niet erkent. Dat klinkt als bescherming van nationale soevereiniteit. Maar de geschiedenis leert dat macht zonder controle gevaarlijk kan worden.
Iedere leider, ook een democratisch gekozen leider, heeft grenzen nodig. Niet omdat verkiezingswinnaars geen macht mogen hebben, maar juist omdat macht altijd gecontroleerd moet worden. De rechtsstaat bestaat niet om bestuurders dwars te zitten; hij bestaat om te voorkomen dat één persoon of één groep te veel macht krijgt.
Het gevaar begint wanneer een regering niet alleen kritiek heeft op rechters, media of internationale organisaties, maar ze allemaal afschildert als vijanden. Wanneer tegenstanders geen tegenstanders meer zijn, maar “vijanden van het volk”. Wanneer regels alleen nog gelden zolang ze de machthebbers goed uitkomen.
Een democratie sterft niet alleen door tanks op straat of militairen bij het parlement. Soms begint het veel stiller: met woorden. Met het idee dat wetten hinderlijk zijn, rechters politiek zijn en controle een aanval op het land betekent.
Moeten we nu zeggen dat Amerika morgen een dictatuur is? Nee. De Verenigde Staten hebben nog steeds sterke instituties, onafhankelijke rechters, verkiezingen en een samenleving waarin veel mensen zich uitspreken. Maar democratie is geen bezit dat je eenmaal hebt en daarna nooit meer kunt verliezen. Het is onderhoudswerk.
De geschiedenis van de twintigste eeuw laat zien dat veel landen die later autoritair werden, ooit begonnen als democratieën. Niet omdat burgers ineens geen vrijheid meer wilden, maar omdat zij te lang dachten: “Zo ver zal het niet komen.”
Daarom is waakzaamheid geen paniek. Kritiek op macht is geen vijandschap tegenover een land. Het is juist een teken dat een democratie gezond probeert te blijven.
De grootste bedreiging voor een vrije samenleving is niet alleen de leider die te veel macht wil hebben. Het is ook de samenleving die stopt met opletten wanneer die macht langzaam groter wordt.
“Vrijheid verdwijnt niet wanneer de laatste vrije krant wordt gesloten of de laatste verkiezing wordt gehouden. Vrijheid verdwijnt wanneer mensen eraan gewend raken dat macht geen tegenspraak meer duldt.”
Ontdek meer van Jan Veenstra
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
