Het verhaal van het RIVM over een mogelijke polycrisis klinkt voor velen als een waarschuwing voor de toekomst. Maar misschien zijn we het station “voorkomen” inmiddels al gepasseerd.
Klimaatverandering, toenemende droogte, extremere regenval, natuurbranden, nieuwe infectieziekten, kwetsbare energievoorzieningen, digitale aanvallen en maatschappelijke polarisatie. Geen van deze ontwikkelingen komt nog onverwacht. Ze zijn al jaren zichtbaar. De vraag is niet meer óf ze zich voordoen, maar hoe vaak en hoe hard.
Dat betekent niet dat we de strijd moeten opgeven. Integendeel. Maar het vraagt wel om eerlijkheid. Wie vandaag beweert dat al deze ontwikkelingen nog volledig zijn te voorkomen, verkoopt een illusie. De opgave is verschoven: van voorkomen naar beperken.
Net zoals we in Nederland niet kunnen voorkomen dat de zee stijgt, maar wel dijken bouwen. We kunnen niet voorkomen dat er droge zomers komen, maar wel zorgen voor voldoende zoetwater, klimaatbestendige landbouw en een robuuste natuur. We kunnen nieuwe virussen niet uitsluiten, maar wel investeren in een sterke gezondheidszorg en goede crisisorganisatie.
Daar wringt het soms in het politieke debat. Er wordt veel gesproken over ambities en doelstellingen voor 2050, terwijl de problemen van vandaag vragen om maatregelen die morgen al effect hebben. Onderhoud aan infrastructuur, voldoende drinkwater, een betrouwbaar elektriciteitsnet, voedselzekerheid, cyberveiligheid en een zorgsysteem dat piekbelasting aankan zijn geen luxe, maar de fundamenten van een weerbare samenleving.
Een polycrisis ontstaat immers niet doordat één probleem groot wordt, maar doordat meerdere kwetsbaarheden tegelijk zichtbaar worden. Juist daarom moeten we investeren in veerkracht.
Dat vraagt ook om een andere houding. Minder denken in afzonderlijke dossiers en meer in samenhang. Water, energie, landbouw, gezondheid, veiligheid en economie zijn geen losse vakjes meer. Ze beïnvloeden elkaar voortdurend.
De boodschap van het RIVM is daarom niet alleen een waarschuwing, maar ook een oproep tot realisme. We kunnen niet alles voorkomen. Wel kunnen we ervoor zorgen dat de schade beperkt blijft en dat onze samenleving bestand is tegen de stormen die onvermijdelijk op ons afkomen.
Niet de illusie van volledige controle moet leidend zijn, maar de kracht van voorbereiding. Want uiteindelijk is een weerbare samenleving niet degene die nooit wordt getroffen, maar degene die na iedere klap weer overeind weet te komen.
Ontdek meer van Jan Veenstra
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
