Wat hebben we ervan gemaakt?

Goedenavond, welkom op onze website!

Tjonge, wat zijn we afgegleden. Soms kijk ik om me heen en vraag ik me af: wat hebben we eigenlijk gedaan met het Nederland dat onze ouders en wijzelf hebben opgebouwd?

Onze ouders begonnen na de oorlog met bijna niets. Er moest worden gebouwd, gewerkt en geïnvesteerd. Er kwamen woningen, scholen, ziekenhuizen, wegen, spoorlijnen en bedrijven. Er werd hard gewerkt voor een betere toekomst. Niet alles was vroeger beter, maar er was wel een duidelijk idee: we bouwen samen aan een land waarin onze kinderen het beter krijgen dan wij.
En wij hebben dat land verder uitgebouwd. We hebben geprofiteerd van de welvaart, de voorzieningen en de infrastructuur die vorige generaties met hard werken hebben opgebouwd. Maar ergens onderweg zijn we het kompas kwijtgeraakt.
Steeds meer werd geregeld vanuit kantoren en bestuurskamers, terwijl de mensen die dagelijks met de gevolgen te maken hebben steeds minder werden gehoord. Problemen werden niet opgelost, maar doorgeschoven. Woningnood werd een dossier. Zorg werd een systeem. Bereikbaarheid werd een beleidsnota. Veiligheid werd een discussie over cijfers. En ondertussen werd de rekening steeds hoger.
Regeringen kwamen en gingen. Beloftes werden gedaan, plannen aangekondigd en commissies ingesteld. Er werd geëvalueerd, gemonitord en gepraat. Maar wanneer iets werkelijk misging, bleek de verantwoordelijke persoon vaak moeilijk te vinden.
En nu zitten we met de brokstukken.
Kijk alleen al naar het openbaar vervoer. Daar zien we misschien wel het meest pijnlijke voorbeeld van hoe ver we zijn gekomen. Medewerkers die hun werk moeten doen, worden geconfronteerd met agressie, bedreigingen en intimidatie. En soms wordt er maar niet opgetreden, omdat de medewerker weet dat een confrontatie hem letterlijk een klap kan opleveren.
Dus wie zich netjes gedraagt, betaalt zijn kaartje en houdt zich aan de regels. Maar wie agressief wordt, krijgt soms feitelijk meer ruimte omdat degene die moet handhaven bang is voor de gevolgen.
Wat is dat voor samenleving geworden?
Dat is de wereld op zijn kop.
Een buschauffeur hoort een bus te kunnen besturen zonder voor zijn veiligheid te hoeven vrezen. Een conducteur moet een kaartje kunnen controleren zonder zich af te vragen of hij daarvoor in elkaar wordt geslagen. Een medewerker hoort regels te kunnen handhaven zonder dat hij eerst moet inschatten of hij lichamelijk gevaar loopt.
En als dat niet meer kan, hebben we niet alleen een probleem met agressie. Dan hebben we een probleem met gezag.
Want regels hebben alleen betekenis wanneer ze worden gehandhaafd. Wie zich netjes gedraagt, mag verwachten dat de samenleving hem beschermt tegen degene die dat niet doet. Als dat niet meer gebeurt, verandert er iets fundamenteels. Dan leert de burger dat fatsoen en gehoorzaamheid blijkbaar minder opleveren dan grote mond, intimidatie en agressie.
En het ergste is misschien nog wel dat we eraan beginnen te wennen.
We noemen het een incident. Er wordt een rapport geschreven. Er komt een protocol. Er volgt een overleg. Misschien wordt er zelfs een werkgroep ingesteld. En de volgende dag stappen we weer in de bus.
Tot het volgende incident.
Maar hetzelfde zien we op andere plekken. In de zorg, op straat, in winkels, bij hulpverleners en steeds vaker bij mensen die gewoon hun werk proberen te doen. Mensen die vroeger zonder nadenken hun beroep uitoefenden, moeten tegenwoordig eerst nadenken over hun eigen veiligheid.
Dat is geen vooruitgang.
Onze ouders bouwden na de oorlog aan een samenleving waarin mensen elkaar nodig hadden. Waarin gezag nog iets betekende en waarin het normaal was dat je rekening hield met een ander. Natuurlijk waren er toen ook problemen, maar er bestond een duidelijke grens tussen wat wel en niet acceptabel was.
Die grens is steeds verder opgeschoven.
En ondertussen blijven we maar nieuwe regels maken.
Meer formulieren. Meer protocollen. Meer beleid. Meer toezicht. Meer instanties. Maar als de basis niet meer werkt, heb je aan honderd nieuwe regels helemaal niets.
Een samenleving wordt niet sterk door het aantal regels dat op papier staat. Een samenleving wordt sterk wanneer mensen weten dat regels gelden en dat overtreding gevolgen heeft.
Misschien moeten we daarom eens ophouden met het voortdurend bedenken van nieuwe plannen en eerst eerlijk kijken naar wat er mis is gegaan. Welke keuzes hebben ons hier gebracht? Waarom hebben we problemen jarenlang laten liggen? Waarom is er zoveel vertrouwen verdwenen? Waarom accepteren we dat medewerkers bang zijn om hun werk te doen? En misschien wel de belangrijkste vraag: wie neemt er verantwoordelijkheid?
Want Nederland is niet van een regering.
Nederland is van ons allemaal.
Het land dat onze ouders na de oorlog hebben opgebouwd, was niet perfect. Het hoefde ook niet perfect te zijn. Maar het was een land waarin mensen vooruitkeken en waarin de gedachte leefde dat je iets moest achterlaten dat beter was dan je het had aangetroffen.
Dat is misschien wel wat we opnieuw moeten leren.
Niet terug naar vroeger. Niet doen alsof alles toen beter was. Maar wel terug naar iets wat we onderweg zijn kwijtgeraakt: verantwoordelijkheid, fatsoen, duidelijkheid en de bereidheid om grenzen te trekken.
Want de brokstukken liggen er.
De vraag is alleen: blijven we erover praten, of gaan we eindelijk opruimen en opnieuw bouwen?


Ontdek meer van Jan Veenstra

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie

×
Uit het archief van Jan Veenstra
Taal die schittert, maar verantwoordelijkheid die vervaagt
Goedenavond, welkom op onze website! Er zijn van die momenten waarop taal meer onthult dan bedoeld. Niet door wat er gezegd wordt, maar door wat er tussen de regels doorsijpelt. Het interview over de vernieuwde binnenstad van Coevorden is daar een voorbeeld van. Programmamanager Gert van der Kooi schetst een beeld van een stad die …
Lees verder →

Ontdek meer van Jan Veenstra

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder