Wie vanuit Emmen richting Erica en Klazienaveen rijdt, kan er bijna niet omheen. Waar vroeger het veen de horizon bepaalde, staan nu honderden hectares glas. Voor sommigen zijn het lelijke dozen in het landschap. Voor anderen zijn het vooral bedrijven, banen en economische activiteit.
En daar zit precies het probleem.
Want zodra er ergens in Nederland een discussie ontstaat over landbouw, energie, water of ruimte, lijkt het tegenwoordig alsof je eerst moet uitleggen waarom je überhaupt nog iets wilt produceren. Alsof voedsel vanzelf uit de supermarkt komt en werkgelegenheid uit de lucht valt.
De glastuinbouw in Erica en Klazienaveen is geen hobbyproject. Het gebied beslaat volgens de sector ongeveer 450 hectare, telt circa 50 bedrijven en biedt werk aan zo’n 2.800 mensen. Dat zijn geen cijfers die je zomaar terzijde kunt schuiven.
Toch gebeurt er iets merkwaardigs. De gemeente Emmen zegt dat de glastuinbouw toekomst moet houden en wil werken aan gebiedsvisies voor Erica en Klazienaveen. Daarbij gaat het over revitalisering, verduurzaming, innovatie en een rendabele bedrijfsvoering.
Dat klinkt verstandig. Maar het woord verduurzaming is inmiddels zo vaak gebruikt dat het bijna een leeg begrip is geworden.
De echte vraag is namelijk: willen we deze sector daadwerkelijk een toekomst geven?
De provincie zegt dat de glastuinbouw in Erica en Klazienaveen belangrijk is en ruimte krijgt op de aangewezen locaties. Tegelijkertijd wordt nieuwvestiging buiten die clusters uitgesloten. Daarmee ligt er dus een duidelijke keuze op tafel: niet uitbreiden waar toevallig een stuk grond beschikbaar is, maar de bestaande gebieden toekomstbestendig maken.
En dat is misschien precies wat er moet gebeuren.
Niet nog jarenlang praten over de vraag of de kassen wel passen in het landschap, maar kijken hoe ze onderdeel kunnen worden van de economie van de toekomst. Energie opwekken en delen. Restwarmte benutten. Water hergebruiken. Reststromen gebruiken. Samenwerken met onderwijs en bedrijfsleven.
De gemeente noemt bijvoorbeeld al de ontwikkeling van een energiehub in het tuinbouwgebied van Erica. Dáár zou de discussie over moeten gaan.
Want het is nogal gemakkelijk om vanaf een bureau in Assen of Emmen te roepen dat een gebied duurzamer moet worden. Maar verduurzaming kost geld. Innovatie kost geld. Nieuwe installaties kosten geld. En bedrijven investeren alleen als ze weten dat ze over tien of twintig jaar nog mogen ondernemen.
Daarom moet de overheid twee dingen tegelijk doen: duidelijke grenzen stellen én duidelijkheid geven.
Geen beleid waarbij ondernemers vandaag moeten investeren en morgen ontdekken dat de regels alweer veranderd zijn.
Erica en Klazienaveen hebben hier bovendien iets wat veel andere gebieden niet hebben: een bestaande concentratie van kennis, bedrijven en werknemers. Dat moet je niet afbreken om vervolgens jaren later te ontdekken dat je dezelfde economische activiteit ergens anders opnieuw probeert op te bouwen.
De glazen stad van Zuidoost-Drenthe hoeft geen museumstuk te worden.
Maar ze hoeft ook geen vrijbrief te krijgen voor eindeloze groei.
Geef de sector ruimte om te vernieuwen, maak oude gebieden toekomstbestendig en stel harde eisen aan energie, water en omgeving. Dan kan de glastuinbouw juist een voorbeeld worden van hoe economie en verduurzaming wél samen kunnen gaan.
Want laten we eerlijk zijn: een kas die morgen slimmer, schoner en zuiniger produceert dan vandaag, is een stuk interessanter dan een lege kas die uiteindelijk plaats moet maken voor weer een zonnepark.
Erica en Klazienaveen hebben geen behoefte aan bestuurders die alleen maar zeggen dat er kansen liggen.
Ze hebben behoefte aan bestuurders die durven zeggen: dit is belangrijk voor Zuidoost-Drenthe en daarom gaan we er werk van maken.
Want achter al dat glas zitten geen luchtkastelen.
Daar zitten ondernemers. Daar werken mensen. En daar ligt een stukje economische toekomst van onze regio.
Ontdek meer van Jan Veenstra
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
