Drenthe staat weer achteraan in de rij

Goedenavond, welkom op onze website!

Er is een zin uit de discussie over het uitgestelde onderhoud aan de A28 en A37 die bij veel Drenten blijft hangen:

“Pas na de zomer kun je zeggen of de keuzes disproportioneel hebben uitgepakt voor Noord-Nederland.”

Een keurige zin. Een bestuurlijke zin. Een zin die vooral laat zien hoe groot de afstand tussen Den Haag en Drenthe soms is.

Want voor de mensen die dagelijks over deze wegen rijden, hoeft niemand tot na de zomer een onderzoek te doen. Zij weten allang wat er speelt. Zij zien de achterstand, zij voelen de gevolgen en zij horen al jaren dezelfde boodschap: nog even wachten, er zijn andere prioriteiten.

Drenthe lijkt vaak pas in beeld te komen als er iets van ons verwacht wordt. Als er ruimte nodig is, zijn de provinciegrenzen snel gevonden. Als er energieprojecten moeten komen, natuurdoelen moeten worden gehaald of Nederland ergens een oplossing voor zoekt, dan weet Den Haag Drenthe te vinden.

Maar als het gaat om investeren in bereikbaarheid, dan schuift Drenthe weer naar achteren.

De A28 en A37 zijn geen lokale boerenweggetjes. Het zijn belangrijke verbindingen voor heel Noord-Nederland. Wegen waar bedrijven afhankelijk van zijn, waar werknemers over reizen en waar toeristen gebruik van maken. Een slechte bereikbaarheid kost uiteindelijk geld en banen.

Toch krijgen we nu te horen dat eerst moet worden gekeken of Noord-Nederland misschien “disproportioneel” wordt geraakt.

Misschien?

Dat woord zegt eigenlijk alles.

In Den Haag wordt vaak gerekend met cijfers: hoeveel auto’s rijden ergens, hoeveel mensen wonen er, waar is de economische druk het grootst? Maar een provincie als Drenthe laat zich niet alleen meten in inwoners per vierkante kilometer.

Bereikbaarheid is juist voor een dunbevolkte provincie van levensbelang. Wie Drenthe minder bereikbaar maakt, maakt de provincie minder aantrekkelijk voor bedrijven, jongeren en bezoekers.

Het wrange is dat Drenten wel gewoon betalen. De automobilist betaalt belasting, bedrijven betalen belastingen, inwoners dragen bij aan het land. Maar wanneer de rekening van jarenlang uitgesteld onderhoud komt, blijkt de plek op de wachtlijst opeens minder belangrijk.

Het probleem is niet dat de Randstad niets mag krijgen. Natuurlijk moeten drukke gebieden onderhouden worden. Maar Nederland bestaat uit meer dan de gebieden waar de meeste mensen wonen.

Een land dat alleen investeert waar het al druk is, maakt de verschillen steeds groter.

Misschien moeten we daarom niet wachten tot na de zomer om te constateren dat Noord-Nederland achteraan staat. Misschien moeten we eindelijk erkennen dat onderhoud geen luxe is, maar de basis van een goed functionerend land.

Want Drenthe vraagt geen voorkeursbehandeling.

Drenthe vraagt alleen dat de rij eerlijk wordt opgesteld.

Niet altijd achteraan staan als het om investeringen gaat, maar ook niet alleen vooraan staan als Den Haag iets nodig heeft.


Ontdek meer van Jan Veenstra

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie

×
Uit het archief van Jan Veenstra
Windmolens draaien, maar de wieken van de discussie staan muurvast
Goedenavond, welkom op onze website! Net over de grens bij Coevorden draait de molen van de energietransitie alweer op volle toeren. In de Grafschaft Bentheim, vlak bij Emlichheim, wil windparkontwikkelaar Prowind samen met lokale partijen een nieuw windpark realiseren. En zoals het hoort in moderne tijden: zodra er ergens een grote groene machine wordt neergezet, …
Lees verder →

Ontdek meer van Jan Veenstra

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder