De Tweeling: wie wist wat, wanneer?

Goedemiddag, welkom op onze website!

Er zijn van die dossiers waarbij je als gewone burger steeds meer vragen krijgt naarmate je meer antwoorden krijgt.

De ontwikkeling van De Tweeling bij Nieuw-Amsterdam en Veenoord is er zo één.

Een enorme distributiehal van ongeveer 150.000 vierkante meter. Een oppervlakte waar je gemakkelijk een paar voetbalvelden mee vult. Een ontwikkeling die het landschap, het verkeer en de leefomgeving van het dorp jarenlang gaat beïnvloeden.

En dan komt de vraag die inmiddels boven het hele dossier hangt:

Wie wist wat, wanneer?

Het gemeentebestuur van Emmen zegt dat de gemeenteraad niet is misleid.

Dat is een belangrijke uitspraak.

Maar tegelijkertijd wordt erkend dat raadsleden het gevoel kunnen hebben gehad dat zij niet over alle informatie beschikten.

En daar begint het probleem.

Want democratie gaat niet alleen over de vraag of iemand technisch gezien de waarheid heeft gesproken.

Democratie gaat ook over volledige en tijdige informatie.

Als een gemeenteraad een besluit moet nemen over een ontwikkeling die de omgeving ingrijpend verandert, moet die raad weten wat er speelt.

Niet achteraf.

Niet nadat een journalist de stukken boven tafel haalt.

Niet wanneer inwoners massaal vragen beginnen te stellen.

Maar op het moment dat de raad daadwerkelijk invloed kan uitoefenen.

Uit de gemeentelijke tijdlijn blijkt dat Panattoni al in 2022 bij de gemeente in beeld was.

In 2024 stelde de gemeenteraad het bestemmingsplan vast.

Op dat moment lag er nog geen definitief bouwplan.

En inmiddels ligt er een ontwikkeling op tafel van ongeveer 150.000 vierkante meter.

Dan mag je als burger toch vragen:

Hoe is dit zo groot geworden zonder dat de omgeving vanaf het begin wist wat er mogelijk stond te gebeuren?

En laat ik duidelijk zijn: ik beweer niet dat er bewust is misleid.

Dat is aan onderzoek en feiten om vast te stellen.

Maar het feit dat die vraag überhaupt zo nadrukkelijk wordt gesteld, zegt iets over het vertrouwen.

En vertrouwen is misschien wel het belangrijkste kapitaal dat een gemeentebestuur heeft.

Je kunt een weg repareren.

Je kunt een bestemmingsplan aanpassen.

Je kunt een bedrijfshal bouwen.

Maar beschadigd vertrouwen repareer je niet met een persbericht.

Daarvoor moet je openheid geven.

Alles op tafel.

Wie heeft wanneer met Panattoni gesproken?

Welke afspraken zijn gemaakt?

Welke alternatieven zijn besproken?

Wat wist het college?

Wat wist de gemeenteraad?

En wanneer werden de inwoners geïnformeerd?

Dat zijn geen vervelende vragen.

Dat zijn precies de vragen die inwoners mogen stellen wanneer hun leefomgeving ingrijpend verandert.

Want voor een projectontwikkelaar is 150.000 vierkante meter een investering.

Voor een bestuurder is het een economisch project.

Maar voor een inwoner van Nieuw-Amsterdam of Veenoord is het ook:

meer vrachtverkeer, andere verkeersstromen, meer bebouwing en een ander uitzicht.

En dat verschil moeten bestuurders begrijpen.

De burger kijkt niet naar een spreadsheet.

De burger kijkt uit zijn raam.

Daarom vind ik het ook goed dat het college heeft toegezegd om omwonenden nadrukkelijker bij de verdere ontwikkeling te betrekken.

Maar dan moet het geen participatie worden in de Nederlandse betekenis van het woord.

Want daar hebben we inmiddels een gevaarlijke gewoonte van gemaakt.

Eerst worden de plannen gemaakt.

Dan worden de besluiten voorbereid.

Dan wordt de burger uitgenodigd.

En vervolgens mag hij vertellen wat hij ervan vindt.

Daarna wordt er een verslag gemaakt.

En het plan gaat gewoon door.

Dat is geen participatie.

Dat is luisteren zonder noodzakelijkerwijs te horen.

Als Emmen het vertrouwen wil herstellen, moet het daarom verder gaan.

Niet alleen vertellen wat er vanaf nu gaat gebeuren.

Maar ook uitleggen wat er tot nu toe is gebeurd.

Openheid over het verleden is de enige manier om geloofwaardig over de toekomst te kunnen praten.

En misschien moeten we daar een simpele regel voor invoeren:

Hoe groter de impact op de omgeving, hoe groter de verplichting tot openheid.

150.000 vierkante meter vraagt om meer transparantie dan een schuurtje van 30 vierkante meter.

Zo simpel kan democratie zijn.

De Tweeling is daarmee inmiddels meer geworden dan een discussie over een distributiecentrum.

Het is een test.

Een test voor het gemeentebestuur.

Een test voor de gemeenteraad.

Maar vooral een test voor het vertrouwen van de inwoners.

En de belangrijkste vraag is allang niet meer alleen:

“Komt die hal er?”

De belangrijkere vraag is:

“Kunnen inwoners erop vertrouwen dat zij de volgende keer vanaf het begin weten wat er speelt?”

Want een gemeente kan juridisch alles volgens de regels doen.

Maar democratie is meer dan regels volgen.

Democratie betekent ook dat je de mensen voor wie je bestuurt serieus neemt.

En daarom blijft voor mij één vraag boven De Tweeling hangen:

Wie wist wat, wanneer — en waarom wist de burger het niet?

Daarop moet een helder antwoord komen.

Niet omdat de burger altijd gelijk heeft.

Maar omdat hij in een democratie nooit het gevoel mag krijgen dat hij pas aan tafel komt nadat de stoelen al zijn verdeeld.


Ontdek meer van Jan Veenstra

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie

×
Uit het archief van Jan Veenstra
AD, de kop en de kunst van het weglaten
Goedemiddag, welkom op onze website! Het Algemeen Dagblad opende deze week met een stevige kop: “Politie registreert meer misdrijven waarbij asielzoeker verdachte is.” Een stijging van 23 procent. Een kop die direct de aandacht trekt en de emoties aanwakkert. Dat is precies wat een goede kop moet doen. Maar een goede krant moet meer doen …
Lees verder →

Ontdek meer van Jan Veenstra

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder