Het is inmiddels een bekend ritueel in de gemeentepolitiek. Bewoners maken zich zorgen, raadsleden stellen vragen en het college belooft plechtig dat iedereen „betrokken” zal worden. Vervolgens komt er een grondwal. Misschien een geluidsscherm. Er wordt gesproken over groen. En iedereen kan weer rustig slapen. Althans, dat lijkt de bedoeling.
Maar wie goed luistert naar wat er dinsdagavond in Emmen is gezegd over De Tweeling en de mogelijke komst van Panattoni, hoort vooral iets anders: de gemeente weet zelf nog helemaal niet wat de gevolgen precies zullen zijn.
Een distributiecentrum van enorme omvang. Tienduizenden zonnepanelen op het dak. Verkeer, geluid, licht en een gebouw dat voor bewoners van de Trekkenweg als een enorme muur in het landschap zal verschijnen. En als bewoners vragen stellen over de veiligheid, krijgen ze te horen dat pas bij de omgevingsvergunning wordt bekeken welke aanvullende maatregelen nodig zijn.
Pas dan.
Dat vind ik een merkwaardige volgorde.
Je bouwt toch ook geen huis en vraagt daarna pas of de fundering sterk genoeg is?
Wat mij misschien nog het meest stoort, is dat nog steeds niet bekend is welke bedrijven straks gebruik gaan maken van het distributiecentrum. Dus we weten dat er een gigantisch gebouw moet komen, maar we weten nog niet eens precies wat daar straks gebeurt. Hoeveel vrachtwagens? Welke tijden? Welke goederen? Welke risico’s? Welke verkeersbewegingen?
Maar ondertussen mogen de bewoners wel alvast wennen aan het idee.
En daar zit volgens mij de echte pijn.
Want voor een gemeente is De Tweeling een ontwikkeling, een bestemmingsplan, een omgevingsvergunning, economische groei en misschien nieuwe werkgelegenheid. Voor de bewoners van de Trekkenweg is het gewoon hun thuis.
Daar kijken ze straks tegenaan.
Daar horen ze straks het verkeer.
Daar zien ze ’s nachts misschien het licht.
Daar maken ze zich zorgen over hun veiligheid en hun leefomgeving.
Dat verschil wordt in bestuurlijke stukken nogal gemakkelijk vergeten.
En dan komt de geruststellende mededeling: er komt een grondwal langs de westzijde. De gemeente gaat met bewoners praten over de vorm en het groen.
Mooi.
Maar laten we eerlijk zijn: bewoners mogen straks misschien meepraten over hoe de wal eruitziet, terwijl ze niet meer mogen meepraten over de vraag of die enorme ontwikkeling daar überhaupt in deze vorm wenselijk is.
Dat is geen zeggenschap. Dat is inspraak over de kleur van het gordijn terwijl het huis al wordt gebouwd.
Ook de uitspraak over de brandveiligheid vind ik opmerkelijk. Er zouden ongeveer 54.000 zonnepanelen op het dak komen. De wethouder zegt dat de Veiligheidsregio Drenthe advies zal geven en dat pas na de vergunningaanvraag duidelijk wordt welke aanvullende maatregelen nodig zijn.
Maar juist bij zo’n gigantisch gebouw wil je toch vooraf zekerheid?
Niet achteraf ontdekken wat er allemaal nodig is.
En dan is er nog de gemeenteraad zelf. Die kreeg volgens verschillende fracties niet alle informatie op het moment dat die nodig was. Het antwoord van het college: binnen de afgesproken kaders is gehandeld.
Dat kan juridisch misschien een uitstekend antwoord zijn.
Maar politiek is het een buitengewoon onbevredigend antwoord.
Want een gemeentebestuur hoort niet alleen te vragen: „Hebben we de regels gevolgd?”
Het hoort ook te vragen: „Hebben we het goed gedaan?”
Dat zijn twee totaal verschillende vragen.
Ik gun Emmen economische ontwikkeling. Ik ben niet tegen bedrijven en ik ben al helemaal niet tegen werkgelegenheid. Maar economische groei mag nooit een vrijbrief worden om de mensen die er al wonen als een hinderlijk voetnootje in een projectplan te behandelen.
De bewoners zijn geen obstakel op de route naar een distributiecentrum.
Het zijn mensen.
Mensen die daar wonen, hun kinderen zien opgroeien, hun tuin hebben aangelegd en hun leven hebben opgebouwd.
En daarom zou ik tegen het gemeentebestuur willen zeggen: stop met vertellen dat u bewoners gaat „betrekken”. Vertel ze gewoon eerlijk wat ze kunnen verwachten, wat nog ter discussie staat en waar ze daadwerkelijk invloed op hebben.
Want een grondwal kan het zicht op Panattoni misschien gedeeltelijk wegnemen.
Een geluidsscherm kan misschien decibellen tegenhouden.
Maar als het vertrouwen eenmaal verdwenen is, zet je dat niet terug met een paar bomen en een hoop zand.
En vertrouwen is uiteindelijk het belangrijkste bouwwerk dat een gemeentebestuur overeind moet houden.
Ontdek meer van Jan Veenstra
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
