“De regio moet niet achteroverleunen.” Het is een boodschap die CDA-Kamerlid Henk Jumelet de inwoners van Zuidoost-Drenthe meegeeft als het gaat om de Nedersaksenlijn. Op zichzelf heeft hij daar een punt. Een spoorlijn is immers meer dan rails en stations. Zonder woningen, bedrijven, onderwijs en werkgelegenheid blijft het een trein die door een leeg landschap rijdt.
Maar er zit ook een andere kant aan dit verhaal.
Hoe vaak heeft Noord- en Oost-Nederland inmiddels niet gehoord dat het vooral zelf initiatief moet nemen? Dat de regio plannen moet maken, moet investeren en moet laten zien dat zij het écht wil. Alsof dat nog niet gebeurt.
Drenthe heeft miljoenen gereserveerd. Gemeenten werken aan woningbouw. Greenwise Campus in Emmen groeit uit tot een belangrijk kenniscentrum. Ondernemers investeren. Inwoners wachten al jaren op betere bereikbaarheid. De regio heeft haar huiswerk allang gemaakt.
Nu is Den Haag aan zet.
Want de Nedersaksenlijn zit nog steeds in de fase van onderzoeken, verkennen, rekenen en opnieuw onderzoeken. Dat is noodzakelijk, maar het risico is bekend: regionale projecten verdwijnen maar al te vaak in een bureaula, terwijl de Randstad ondertussen zonder veel discussie miljarden voor nieuwe infrastructuur krijgt.
Dat is precies waarom de oproep van Jumelet eigenlijk ook richting zijn eigen collega’s in Den Haag zou moeten klinken.
Niet alleen de regio moet blijven investeren. Ook het Rijk moet laten zien dat het menens is. Geen eindeloze studies meer, geen nieuwe uitstelrondes, maar duidelijke keuzes, een sluitende financiering en een realistische planning.
De regio hoeft niet opnieuw te bewijzen dat deze spoorlijn nodig is. Dat bewijs ligt er al jaren. De economische kansen zijn duidelijk. De bereikbaarheid van Zuidoost-Drenthe blijft achter. Studenten, werknemers en bedrijven hebben baat bij een snelle verbinding tussen Enschede, Emmen en Groningen.
De vraag is dus niet meer óf de Nedersaksenlijn belangrijk is.
De echte vraag is of Den Haag eindelijk bereid is verder te kijken dan de Randstad.
Pas als de eerste trein daadwerkelijk vertrekt, kunnen politici zeggen dat de belofte is waargemaakt. Tot die tijd is het niet alleen de regio die aan de bak moet. Het Rijk heeft minstens zo veel werk te doen.
Ontdek meer van Jan Veenstra
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
