In Coevorden kun je een gemeente tegenwoordig uitstekend samenvatten met een paar cijfers. Dat scheelt stapels beleidsnota’s en eindeloze raadsvergaderingen.
Om te beginnen: 26 procent van de kinderen zit op voetbal. Dat is indrukwekkend. Op zaterdagmorgen verandert de gemeente daardoor in één groot sportpark. Overal fietsen – voor zover dat lukt – ouders met tassen, bidons en kinderen die nog half wakker zijn naar het veld. Als Coevorden ooit een olympische sport zou moeten kiezen, dan is het duidelijk: dat wordt voetbal. Of langs de lijn staan.
Dan de fietspaden. Die krijgen een 6-tje. En dat in Drenthe, een provincie die zich graag afficheert als dé fietsprovincie van Nederland. Een zes is natuurlijk voldoende, maar het is wel het soort voldoende waarbij de juf vroeger zei: “Je kunt beter.”
Een zes voor fietspaden in Drenthe is ongeveer alsof een visboer in Volendam een zes krijgt voor zijn haring. Technisch gezien kan het, maar je verwacht toch iets meer.
Gelukkig zijn er ook terreinen waar Coevorden wél hoog scoort. Bomenkap, bijvoorbeeld. Daar wordt voortvarend gewerkt. Waar gisteren nog een boom stond, kan morgen zomaar ruimte zijn voor een plan, een herinrichting of een andere mooie bestuurlijke term waar uiteindelijk meestal gewoon “weg” mee wordt bedoeld.
Politiek gezien is Coevorden dan weer heerlijk overzichtelijk. De gemeente heeft namelijk het kleinste stembiljet van Nederland. Dat scheelt tijd in het stemhokje. In sommige steden moet je eerst een cursus origami volgen om dat papier weer netjes in de stembus te krijgen, maar hier ben je klaar voordat je het potlood goed en wel hebt vastgepakt.
En dan hebben we nog de burgemeester. Renze Bergsma is zelfs genomineerd voor de grootste lach. Dat is waarschijnlijk ook een noodzakelijke eigenschap. Als je een gemeente bestuurt waar een kwart van de jeugd voetbalt, de fietspaden een zes krijgen en de bomen soms sneller verdwijnen dan verkiezingsbeloften, dan kun je maar beter blijven lachen.
Kortom: Coevorden in vogelvlucht.
Veel voetbal, middelmatige fietspaden in de fietsprovincie, minder bomen dan vroeger, het kleinste stembiljet van Nederland en een burgemeester met een grote lach.
En misschien is dat ook wel precies hoe lokale politiek werkt:
niet alles is perfect, maar zolang er nog gelachen wordt, fietsen we gewoon door.
Ontdek meer van Jan Veenstra
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
