Bij gemeenteraadsverkiezingen gaat het officieel over stoeptegels, parkeerplaatsen en de vraag of er nog ergens een betaalbare woning gebouwd kan worden. Tenminste, dat is de theorie. In de praktijk kijkt een deel van de kiezers toch eerst even richting Den Haag voordat ze hun potlood rood maken.
Want stel je voor: je stemt braaf op de plaatselijke afdeling van een keurige landelijke partij. Aardige mensen hoor, daar niet van. Ze staan op de markt, drinken koffie met de bewonersvereniging en weten precies waar de lantaarnpaal scheef staat. Maar ergens in het achterhoofd knaagt toch een vraag: wie trekt er eigenlijk aan de touwtjes?
Het beeld – terecht of niet – is dat er ergens in Den Haag een telefoon kan gaan.
“Goedemiddag, met de fractie. Wij hebben een standpunt over de spreidingswet.”
En aan de andere kant van de lijn klinkt het in het gemeentehuis:
“Ja hoor, begrepen. Wij springen al.”
Of dat werkelijk zo gaat, is een tweede. Gemeenteraadsleden zullen onmiddellijk zeggen dat ze hun eigen koers varen. En vaak is dat ook zo. Maar politiek draait niet alleen om werkelijkheid – het draait ook om gevoel. En bij veel kiezers leeft nu eenmaal het gevoel dat lokale afdelingen van landelijke partijen soms iets te goed luisteren naar het moederhuis in Den Haag.
Daar ligt precies de kracht van lokale partijen. Die kunnen zonder telefoontjes, zonder partijcongres en zonder landelijke woordvoerders gewoon zeggen: “Wij beslissen hier zelf.” Geen Haagse instructies, geen partijlijn, alleen de vraag wat goed is voor de gemeente.
Of dat altijd beter werkt is weer een andere discussie. Lokale partijen kunnen net zo goed ruziën, verdwalen of hun beloftes vergeten. Maar ze hebben één voordeel: niemand denkt dat er ’s avonds nog een partijbureau belt om te vragen of iedereen wel netjes in de pas loopt.
En dus kiezen steeds meer mensen bij gemeenteraadsverkiezingen voor het politieke equivalent van een zelfstandige winkelier in plaats van een filiaal van een grote keten.
Want hoe je het ook wendt of keert:
bij de kapper op de hoek verwacht je ook niet dat het kapsel eerst door het hoofdkantoor in Den Haag moet worden goedgekeurd.
Ontdek meer van Jan Veenstra
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
