Ergens gaat er iets behoorlijk mis in Coevorden. Dat werd mij afgelopen maandag weer pijnlijk duidelijk toen ik over de Markt liep. Drie kramen. Jawel, drie. Geen tikfout. Geen geheim record. Gewoon drie kramen op de Coevorder weekmarkt.
Zet daar Emmen eens naast. Daar vierde de weekmarkt deze week haar 125-jarig bestaan. Tachtig kramen, iedere week tussen de vier- en vijfduizend bezoekers en een organisatie die alweer nadenkt over de volgende 125 jaar. Jongere ondernemers aantrekken, nieuwe activiteiten organiseren, de markt aantrekkelijker maken en ervoor zorgen dat het een ontmoetingsplek blijft.
Dat is een markt.
Ook Hardenberg weet dat een markt niet vanzelf blijft bestaan. Daar staat iedere maandag een veelvoud van de drie kramen die Coevorden afgelopen week wist te produceren.
En Coevorden? Wij hebben natuurlijk ook een weekmarkt. Althans, dat staat keurig in de gemeentelijke informatie. Maandagochtend van 7.30 tot 12.30 uur.
Formeel klopt dat.
Maar drie kramen maken nog geen markt.
Het begint verdacht veel te lijken op een toneelstuk waarbij de acteurs langzaam vertrekken, maar de gemeente weigert het doek te laten zakken.
En dat is jammer, want een markt is veel meer dan een paar handelaren met een kraam. Het is reuring. Het is ontmoeting. Het is een reden om naar het centrum te komen. Je haalt er boodschappen, praat met bekenden, drinkt ergens koffie en misschien blijf je nog even hangen.
Precies dat vertelt men in Emmen. Daar is de markt onderdeel van het vrijdagritme geworden. Mensen komen er niet alleen voor een kilo kaas of een paar sokken. Ze komen elkaar tegen.
Dat is de kracht van een markt.
En juist die kracht kunnen we in Coevorden goed gebruiken.
Want terwijl wij ons druk maken over parkeerplaatsen, verkeersstromen, herinrichting van de Markt en de zoveelste discussie over hoe het centrum eruit moet komen te zien, verdwijnt ondertussen een van de oudste redenen om naar het centrum te komen langzaam door de achterdeur.
Misschien moeten we daarom eens stoppen met praten over stenen en beginnen met praten over mensen.
Waarom komen marktkooplieden niet meer naar Coevorden?
Waarom kiezen bezoekers blijkbaar steeds vaker voor andere plaatsen?
Wat doet de gemeente om de markt aantrekkelijk te maken?
En vooral: wie voelt zich eigenlijk verantwoordelijk?
Want als iedereen verantwoordelijk is, is uiteindelijk niemand verantwoordelijk.
Een gemeente kan niet verwachten dat een weekmarkt vanzelf blijft bestaan. Ook een markt heeft onderhoud nodig. Niet met een hogedrukspuit, maar met visie.
Emmen begrijpt dat inmiddels.
Hardenberg blijkbaar ook.
En Coevorden?
Die lijkt voorlopig tevreden met drie kramen en de geruststellende gedachte dat de weekmarkt officieel nog bestaat.
Misschien moeten we binnenkort maar een bord bij de ingang zetten:
‘Welkom op de weekmarkt van Coevorden. Vandaag drie kramen. Volgende week zien we wel.’
Het klinkt grappig.
Maar eigenlijk is het helemaal niet grappig.
Het is een waarschuwing.
Ontdek meer van Jan Veenstra
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
