Het is altijd geruststellend als een discussie over natuurbeheer eindigt met een vleugje ecologische magie. In dit geval: de wolf als onverwachte oplossingsarchitect voor de Drentse nulstand van het wilde zwijn.
We hebben het hier over een beleid dat vrij simpel is opgebouwd. Wilde zwijnen zijn niet gewenst in Drenthe. Punt. Redenen genoeg: verkeersveiligheid, landbouwschade en het altijd feestelijke vooruitzicht van Afrikaanse varkenspest die zich vrolijk door een provincie verspreidt alsof het een slecht georganiseerde wandelclub is. Geen romantiek, geen natuursprookje, gewoon risicobeheer in een landschap waar één loslopende snuit al snel leidt tot bestuurlijke paniek.
Maar dan verschijnt in het verhaal steevast de journalistieke joker: de wolf. “Kan de wolf alles nog op zijn kop gooien?” Het soort zin waarvan je vermoedt dat hij geschreven is met uitzicht op een bosrand en een kop koffie, maar minder vaak in overleg met mensen die het beleid daadwerkelijk moeten uitvoeren.
De redenering is bekend: wolven eten zwijnen, dus misschien moeten we zwijnen toelaten, want ecologie. Het klinkt bijna overtuigend, zolang je het niet hoeft uit te leggen aan boeren die schade moeten taxeren, dierenartsen die ziektes proberen te begrenzen of ambtenaren die verantwoordelijk zijn voor het moment dat het misgaat.
Want daar wringt het: de wolf is een roofdier, geen beleidsinstrument. Hij heeft geen mening over Afrikaanse varkenspest, geen interesse in provinciale risicoprofielen en al helemaal geen zin om als argument in een vergaderstuk te eindigen. Hij doet wat hij altijd doet. De rest is menselijke interpretatie met bestuurlijke bijsluiter.
Toch wordt er voorzichtig gefantaseerd dat zijn komst “wellicht aanleiding kan zijn tot heroverweging”. Dat klinkt mooi, bijna staatsrechtelijk verantwoord. In werkelijkheid is het vooral bestuurlijke mist: een zin die ruimte laat voor alles en tegelijk voor niets.
De nulstand blijft wat hij altijd al was: geen romantisch natuurbeleid, maar een nuchtere poging om schade, ziekte en chaos binnen de perken te houden. Saai, hard en vooral niet geschikt voor poëtische eindconclusies.
En de wolf? Die blijft ondertussen gewoon wolf. Alleen wij maken er telkens weer een beleidsmedewerker van met onbetaalde overuren.
Ontdek meer van Jan Veenstra
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
