Je moet het de overheid nageven: als er één ding is waarin ze consequent is, dan is het wel in het bedenken van regels om vervolgens te ontdekken dat die regels vooral voor anderen gelden.
Neem de aardbevingsschade in Groningen en Drenthe. Daar hebben we deskundigen voor. Onafhankelijke deskundigen, welteverstaan. Dat klinkt geruststellend. Onafhankelijk. Een prachtig woord. Net als transparant, zorgvuldig en betrouwbaar. Je zet ze in een beleidsstuk en iedereen kan weer rustig slapen.
Alleen blijkt nu dat een door het IMG ingeschakelde deskundige volgens de rechtbank niet onafhankelijk was. De man was mede-eigenaar en bestuurder van schadebureau D.O.G. Ingenieurs. Die positie had hij niet vermeld in de verklaring waarmee zijn onafhankelijkheid moest worden aangetoond.
Ach ja. Een kleinigheidje.
Het is natuurlijk ook verwarrend. Als je eigenaar bent van een bureau dat miljoenen verdient met het beoordelen van aardbevingsschade, en je beoordeelt vervolgens namens het IMG schadeclaims van burgers, zou een argwanend mens misschien denken: daar zit een belangenconflictje.
Maar gelukkig hebben we formulieren.
En zolang het juiste vakje maar is aangekruist, is de onafhankelijkheid blijkbaar keurig geregeld.
De rechtbank dacht daar anders over.
En toen gebeurde iets wonderlijks. Een schadeclaim die was afgewezen op basis van het deskundigenrapport werd opnieuw bekeken. Het bedrag ging van ongeveer 1.225 euro naar bijna 6.400 euro, inclusief proceskosten.
Dat is dus geen afrondingsverschilletje.
Dat is het verschil tussen: “Meneer, u krijgt niets” en “Meneer, hier is uw geld.”
En dan vraag je je af hoeveel mensen inmiddels hun afwijzing hebben ingelijst en boven de schoorsteen hebben gehangen met de tekst: Hier hangt het oordeel van een onafhankelijke deskundige.
Maar laten we vooral niet overdrijven.
Volgens het IMG is de onafhankelijkheid immers goed geregeld. D.O.G. zegt ook geen twijfels te hebben over de onafhankelijkheid van de deskundige. De deskundige zelf zag zijn positie als aandeelhouder en bestuurder kennelijk niet als een probleem.
Dat doet me denken aan de slager die zijn eigen vlees keurt en vervolgens verklaart dat hij geen enkel probleem met de kwaliteit heeft.
Waarom zouden we hem niet geloven?
Het werkelijk interessante is niet eens alleen deze ene deskundige. De vraag is hoeveel dossiers door hem zijn behandeld. En hoeveel door andere bestuurders en aandeelhouders van schadebureaus. Daar blijkt ineens geen duidelijk overzicht van te zijn.
Geen zicht op.
Dat zijn twee prachtige woorden in bestuurlijk Nederland.
Geen zicht op.
Je kunt er bijna alles mee afdekken.
Hoeveel rapporten? Geen zicht op.
Hoeveel gedupeerden geraakt? Geen zicht op.
Hoeveel fouten? Geen zicht op.
Hoeveel mensen hebben misschien ten onrechte een afwijzing gekregen? Geen zicht op.
Wie is verantwoordelijk? Eh… daar hebben we een formulier voor.
En ondertussen zit daar de burger.
De burger die niet beschikt over een leger deskundigen, juristen en ambtenaren. De burger die denkt: als het IMG zegt dat het schadeonderzoek onafhankelijk is uitgevoerd, dan zal dat wel zo zijn.
Totdat de rechter zegt: nee dus.
En dan komt het mooiste onderdeel van dit verhaal: wat gebeurt er met degenen die verantwoordelijk zijn?
Waarschijnlijk volgt er een zorgvuldig proces.
Er wordt een commissie ingesteld.
Die commissie gaat onderzoeken hoe de commissie die eerder toezicht hield op de deskundigen haar toezicht heeft uitgevoerd.
Daar komt een rapport van.
Dat rapport wordt besproken.
Daar wordt een reactie op geschreven.
Vervolgens komt er een evaluatie.
En uiteindelijk wordt geconcludeerd dat er “lessen voor de toekomst” zijn.
Prachtig.
Alleen heeft de gedupeerde daar geen moer aan.
Die heeft jarenlang moeten knokken om een paar duizend euro schadevergoeding te krijgen.
Daarom zou ik zeggen: tijd voor sancties.
Niet voor een symbolisch mea culpa van drie alinea’s.
Niet voor een bestuurder die zegt dat hij “de uitspraak betreurt”.
Niet voor een persbericht waarin staat dat “de werkwijze tegen het licht wordt gehouden”.
Nee.
Als blijkt dat deskundigen hun onafhankelijkheid niet correct hebben gemeld, moet dat consequenties hebben. Voor de betrokken deskundige, maar óók voor de organisaties die hem hebben ingezet en gecontroleerd. En als blijkt dat er bewust informatie is achtergehouden of regels zijn omzeild, dan horen daar passende juridische en financiële sancties bij.
Want onafhankelijkheid is geen decorstuk.
Het is de fundering onder een beslissing die voor een burger duizenden euro’s kan betekenen.
En als die fundering niet deugt, kun je niet gewoon zeggen: “Ach, volgende keer beter.”
Misschien moeten we in Groningen en Drenthe maar eens een nieuw formulier invoeren.
Formulier 27B: Verklaring dat wij u deze keer écht niet bedotten.
Vakje één:
☐ Ik ben onafhankelijk.
Vakje twee:
☐ Ik heb geen financieel belang.
Vakje drie:
☐ Ik heb al mijn belangen eerlijk opgegeven.
Vakje vier:
☐ Ik begrijp dat liegen, verzwijgen of belangen verdoezelen consequenties heeft.
En vakje vijf, het belangrijkste:
☐ Ik accepteer dat er sancties volgen als achteraf blijkt dat mijn verklaring niet klopt.
Kijk, dát zou pas vertrouwenwekkend zijn.
Want de Groninger en Drentse gedupeerde vraagt inmiddels niet meer om mooie woorden.
Die vraagt om iets veel eenvoudigers:
Wie heeft hier fouten gemaakt, hoeveel mensen zijn daardoor benadeeld en wat zijn daarvan de consequenties?
En misschien nog één vraag.
Hoe vaak laten we ons nog bedotten voordat iemand daadwerkelijk ter verantwoording wordt geroepen?
Ontdek meer van Jan Veenstra
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
