Als handhaving schuift richting politie – en waar trekken we de grens?

Goedemorgen, welkom op onze website!

Er is opnieuw discussie over de uitrusting van boa’s. In Emmen wilde de gemeente hun handhavers voorzien van een korte wapenstok, maar het ministerie van Justitie en Veiligheid zet voorlopig de rem erop. De reden: onvoldoende noodzaak, te grote verschillen in opleiding en het risico dat een grens wordt overschreden die we in Nederland altijd scherp hebben willen houden.

En dat raakt precies de kern van het debat.

Want de vraag is niet alleen of een boa zich in het stationsgebied of tijdens evenementen veiliger moet kunnen voelen. De echte vraag is: waar houdt handhaving op en waar begint politiegeweld?

We hebben in Nederland niet voor niets een duidelijk onderscheid gemaakt. De politie is opgeleid, uitgerust en juridisch gepositioneerd als drager van het geweldsmonopolie. Boa’s zijn bedoeld als verlengstuk van toezicht en orde: zichtbaar aanwezig, corrigerend waar mogelijk, maar in principe zonder zware geweldsmiddelen.

Toch schuift die grens al jaren langzaam op. Meer taken, meer drukte op straat, meer verwachtingen van gemeenten – en tegelijk een politie die niet overal tegelijk kan zijn. De reflex is dan logisch: geef handhavers meer middelen, zodat ze “meer kunnen doen”.

Maar precies daar wringt het.

Wie terugkijkt, ziet dat dit debat niet nieuw is. In eerdere decennia zijn er ook pogingen geweest om meer mensen buiten de politie om met wapens of geweldsmiddelen te laten werken, bijvoorbeeld bij vrijwillige politie-constructies. Die bewegingen zijn uiteindelijk teruggedraaid, juist omdat opleiding, eenduidigheid en controle niet overal gegarandeerd waren.

En dat is precies waar het ministerie nu opnieuw op hamert: een wapenstok is geen onschuldig hulpmiddel, maar een geweldsmiddel dat in een fractie van een seconde een situatie kan kantelen.

Dat betekent niet dat de zorgen van gemeenten onterecht zijn. Integendeel. Handhavers staan steeds vaker in situaties waar spanning oploopt: uitgaansgebieden, stations, evenementen. Het gevoel van veiligheid is reëel, net als de behoefte aan betere bescherming.

Maar de oplossing ligt niet automatisch in zwaardere bewapening.

De kernvraag blijft of we bereid zijn om de basisstructuur van onze handhaving te veranderen. Als boa’s structureel in situaties komen waar geweldsgebruik nodig kan zijn, schuift hun rol feitelijk richting die van de politie. En dan moet je ook de opleiding, selectie, verantwoordelijkheid en aansturing daarop aanpassen – of je moet erkennen dat die taak daar niet hoort te liggen.

Zolang die keuze niet expliciet wordt gemaakt, blijft het schuiven aan de randen. En precies daar zit het risico: dat we stap voor stap geweld normaliseren in functies die daar oorspronkelijk niet voor bedoeld zijn.

De discussie in Emmen gaat dus niet alleen over een wapenstok. Het gaat over een fundamentelere vraag: willen we handhaving uitbreiden met politietaken, of houden we vast aan een scherpe scheiding tussen toezicht en geweld?

Een samenleving die die grens te vaag maakt, loopt het risico dat “meer veiligheid” uiteindelijk leidt tot meer spanning in plaats van minder.


Ontdek meer van Jan Veenstra

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie

×
Uit het archief van Jan Veenstra
Boosland zoekt schuldigen (en vindt zichzelf niet)
Goedemorgen, welkom op onze website! Er hangt iets in de lucht. Geen voorjaar, geen optimisme, maar een constante, licht ontvlambare boosheid. Je hoeft de krant maar open te slaan of er is wel weer een politicus bedreigd. Lokaal, landelijk—maakt niet uit. Blijkbaar is de weg naar het debat tegenwoordig geplaveid met caps lock en scheldwoorden. …
Lees verder →

Ontdek meer van Jan Veenstra

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder