Laag risico, zegt Brussel dan altijd

“Er is geen reden tot paniek.”

Dat is meestal precies de zin waarna mensen wc-papier beginnen te hamsteren en iemand in Emmen ineens twintig blikken bruine bonen koopt alsof de Middeleeuwen terugkeren.

Nu is er dus een hantavirus-uitbraak rond een cruiseschip, worden mensen geëvacueerd, opgespoord, gemonitord en in de gaten gehouden alsof ze uit een rampenfilm van Netflix zijn weggelopen — maar Brussel benadrukt vooral dat het risico “laag” is.

Laag risico.

Dat woord kennen we inmiddels.

De inflatie was tijdelijk.
De gaswinning was veilig.
De toeslagenaanpak was zorgvuldig.
En Groningen zou echt goed worden gecompenseerd.

In Noordoost-Nederland weten we inmiddels dat “laag risico” vaak betekent:
“Wij denken dat het waarschijnlijk ergens anders misgaat.”

Want zodra Brussel of Den Haag extra benadrukt dat burgers zich geen zorgen hoeven te maken, begint bij veel mensen juist het wantrouwen te groeien. Niet omdat iedereen complotdenker is, maar omdat overheden een indrukwekkend talent hebben ontwikkeld om pas eerlijk te worden zodra de ellende al door de voordeur staat.

En eerlijk is eerlijk: als het allemaal zo onschuldig is, waarom worden er dan evacuatievluchten geregeld, internationale crisisteams opgetrommeld en passagiers wekenlang gevolgd? Dat doe je normaal niet wanneer iemand op het buffet van een cruiseschip bedorven garnalen heeft gegeten.

Natuurlijk: een hantavirus is geen corona. Het verspreidt zich moeilijker en experts hebben waarschijnlijk gelijk dat het gevaar voor de gemiddelde Europeaan klein is. Maar burgers horen inmiddels vooral de toon waarop het gebracht wordt. Dat geruststellende, bijna vaderlijke toontje van instanties die vooral bang lijken voor maatschappelijke onrust.

“Doorlopen mensen, niets aan de hand.”

Terwijl op de achtergrond mannen in beschermende pakken koffers ontsmetten.

Het probleem is niet alleen het virus. Het probleem is het versleten vertrouwen. Dat is in Drenthe, Groningen en Overijssel al jaren dunner dan het asfalt op een provinciale weg na een strenge winter. Mensen hebben te vaak meegemaakt dat bestuurders eerst sussen, daarna onderzoeken en uiteindelijk verklaren dat “signalen serieuzer genomen hadden moeten worden”.

En dus luisteren burgers tegenwoordig anders.

Niet naar wat er gezegd wordt, maar naar wat er gedaan wordt.

Als de overheid zegt “laag risico” maar ondertussen vliegtuigen regelt, noodstructuren activeert en crisisoverleggen houdt, dan denkt de gemiddelde Nederlander:
“Dan zal het toch wel iets meer zijn dan een verkoudheid.”

Misschien is dat cynisch.
Maar cynisme is in Nederland inmiddels geen karaktereigenschap meer.

Het is aangeleerd gedrag.


Ontdek meer van Jan Veenstra Schrijver

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie

×
Uit het archief van Jan Veenstra
Slimme koppen, grote afhankelijkheid
Als je leest over de Eco-Runner XVI van studenten van de Technische Universiteit Delft, dan voel je het meteen: ja, wij kunnen dit in Nederland. Slimme koppen, praktische aanpak, innovatiekracht die de wereld aankan. Een auto die flexibel rijdt op verschillende duurzame brandstoffen, een microgasturbine als range extender – het is een stukje technisch toptalent …
Lees verder →

Ontdek meer van Jan Veenstra Schrijver

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder