Veiligheid, maar dan met vlammen erbij

Nederland staat kurkdroog. De natuur kraakt, het gras is stro en één vonk is genoeg om hectares in rook te laten opgaan. En precies in die omstandigheden zegt onze hoogste militair, Onno Eichelsheim: oefenen stoppen? Niet nodig.

Niet nodig.

Dat is een fascinerende definitie van veiligheid. Terwijl brandweerwagens af en aan rijden op de Oirschotse Heide en de Weerterheide, terwijl snelwegen worden afgesloten en zelfs buitenlandse hulp nodig is, concluderen we: doorgaan. Want paraatheid.

Begrijp me niet verkeerd: niemand wil een leger dat alleen nog theoretisch bestaat. In een wereld waarin de echo van de Russische invasie van Oekraïne nog dagelijks nagalmt, is naïviteit geen optie. Oefenen hoort erbij.

Maar oefenen is geen natuurwet. Het is een keuze. Net als het moment waarop je dat doet.

En precies daar wringt het. Want veiligheid is blijkbaar iets geworden dat vooral op de lange termijn telt. Iets abstracts. Iets voor “later”. Terwijl de brand van vandaag gewoon echt is. Voor de boer die zijn land ziet verschroeien. Voor de natuur die decennia nodig heeft om te herstellen. Voor de mensen die hun huis in rook zien opgaan.

Defensie zegt: we hebben maatregelen genomen. Geen pyrotechniek, geen hittegevende munitie, geen kampvuurtjes. Prima. Maar als je moet opsommen wat je allemaal níet meer mag doen om het nog enigszins verantwoord te houden, dan is misschien de echte vraag: waarom doe je het überhaupt nog?

We zijn een land dat tot op de millimeter regels maakt voor stikstof, voor bouwprojecten, voor boeren die hun bedrijf moeten opgeven omdat de natuur te kwetsbaar is. Maar als het om tanks en oefeningen gaat, blijkt diezelfde natuur ineens opmerkelijk flexibel.

Blijkbaar brandt heide anders als Defensie het nodig vindt.

En dan komt de kernvraag:
veiligheid voor wie?

Voor morgen, als er misschien een conflict uitbreekt? Of voor vandaag, voor de mensen die hier wonen, werken en leven?

Misschien is echte paraatheid niet alleen weten hoe je moet vechten, maar ook wanneer je even níet moet oefenen. Wanneer je erkent dat de grootste vijand op dat moment geen leger is, maar een vonk in een uitgedroogd landschap.

Want een land beschermen dat je ondertussen zelf in brand zet — dat is geen strategie.

Dat is ironie.


Ontdek meer van Jan Veenstra Schrijver

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie

×
Uit het archief van Jan Veenstra
Als de aarde in brand staat, vechten wij om een lucifer
Vijftig komma vijf graden in Turkije. Dat is geen temperatuur meer — dat is een sirene. Een keiharde waarschuwing van een planeet die haar laatste reserves verbrandt. En wat doen wij? We discussiëren over grenzen. We doden elkaar om vierkante kilometers. We steken miljoenen in bommen, drones en kogels — terwijl de bossen branden, de …
Lees verder →

Ontdek meer van Jan Veenstra Schrijver

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder