Zutphensche Berg

De Legende van de Zutphensche Berg

Ergens ten noordoosten van Coevorden, waar het veen overgaat in schrale heidegrond, ligt een lichte verheffing in het landschap. Tegenwoordig is er weinig meer dat de aandacht trekt, maar wie oude kaarten opslaat, stuit op een raadselachtige naam: Zutphensche Berg.

Eeuwen geleden, toen de grenzen van het land vloeibaarder waren dan het veen waarover men trok, was Coevorden een strategisch knooppunt. De stad bewaakte de enige oversteek van Drenthe naar het zuiden: een doorgang door het moeras, bewaakt door wachttorens, wallen en windrichtingen vol argwaan.

In het jaar 1522, tijdens een van de vele grensconflicten tussen de hertogdommen Gelre en Bourgondisch-Habsburgse gebieden, trok een kleine krijgsmacht onder bevel van een edelman uit Zutphen – heer Roelof van Baerle – noordwaarts. Karel van Gelre had hen opdracht gegeven om in de verre barre noordelijke landen verwarring te zaaien, steun te winnen en vooral: de vesting Coevorden te verkennen.

De troepen uit Zutphen, gehard door de Veluwse wouden en IJssel-overstromingen, kampeerden enige weken op een zandrug in het veengebied. Het was de enige droge plek in een zee van zompigheid, aan de rand van de Coevordsche Moer. Daar groeven zij een kleine schans, richtten wachttenten op en wierpen hun kamp op. Vanuit die verhoging – een oude stuifduin of grafheuvel volgens sommigen – hielden ze de stad in de gaten, maar een directe aanval kwam er nooit.

De mannen van Van Baerle trokken zich uiteindelijk terug, met niets dan hun voetsporen in het zand. Maar in de volksmond bleef het ‘de Zutphensche heuvel’, of kortweg: Zutphensche Berg. Landmeters, die decennia later in dienst van Napoleon het gebied opmeten, noteerden de naam in sierlijke letters. Zij kenden de verhalen niet, maar volgden de tong van het volk.

Anderen fluisteren dat de naam niets met soldaten te maken heeft, maar met het bezit van een machtig Zutphens klooster, dat eeuwenlang het veen exploiteerde en pacht hief over deze velden. Weer anderen beweren dat een landmeter uit Zutphen zichzelf een aandenken gunde in het Drentse veld.

Wat de waarheid ook is – soldaten, monniken of kartografen – de Zutphensche Berg bleef tot in de twintigste eeuw op kaarten verschijnen. Nu rest niets dan een naam, ingeklemd tussen Haarhaar en de Scheidsloot. Maar als de mist ’s ochtends laag hangt en de wind uit het oosten komt, lijkt het alsof de stemmen van verre soldaten nog altijd hun wacht houden op die kleine zandrug in de vlakte.