Noaberschap. Het woord alleen al klinkt als een warme jas aan de kapstok van vroeger. Een jas die je niet hoefde te passen, want hij zat iedereen. Buren keken naar elkaar om, zonder appgroep, zonder coördinator, zonder protocol. Het was geen project, geen initiatief, geen flyer. Het was er gewoon.
En nu?
Nu is er, na een Amber Alert, een oproep nodig om mensen in beweging te krijgen. Prima initiatief, laat daar geen misverstand over bestaan. Het feit dát mensen opstaan en meedoen is hoopgevend. Maar tegelijk wringt het. Want waarom moet noaberschap tegenwoordig worden georganiseerd alsof het een evenement is?
Noaberschap stond ooit voor sterke, vrijwillige en wederzijdse burenhulp. Een ongeschreven plicht, ja, maar vooral een vanzelfsprekendheid. Je hielp niet omdat iemand het vroeg, maar omdat je wist: vandaag hij, morgen ik. In goede tijden en in slechte. Zonder applaus, zonder hashtags.
Dat dit nu vorm moet krijgen in een georganiseerde actie zegt veel. Misschien wel te veel. Het zegt iets over hoe ver we uit elkaar zijn gegroeid. Hoe we naast elkaar wonen, maar langs elkaar heen leven. Hoe de straat voller is geworden, maar de verbondenheid dunner.
Hoe groter het dorp, de plaats of de stad, hoe minder we naar elkaar omkijken. Niet uit onwil, maar uit gewoonte. Druk, afgeleid, opgesloten in onze eigen agenda’s en schermen. We weten wie er wereldwijd trending is, maar niet wie er twee deuren verderop woont. We herkennen het logo van een bezorgdienst sneller dan het gezicht van onze buurman.
En toch: als het écht nodig is, staan mensen op. Dat hebben we gezien. Dat zien we telkens weer bij calamiteiten. Dan breekt iets open. Dan blijkt die jas van noaberschap niet verdwenen, maar ergens achterin de kast te hangen. Stoffig misschien, maar nog draagbaar.
De vraag is alleen: willen we wachten tot het misgaat om hem weer aan te trekken?
Misschien is dát wel de echte uitdaging. Niet nóg een initiatief, maar het herstellen van de vanzelfsprekendheid. Weer groeten. Weer vragen hoe het gaat – en het antwoord ook willen horen. Weer weten wie er kwetsbaar is in de straat, vóórdat er een Amber Alert nodig is.
Noaberschap hoort geen noodmaatregel te zijn. Het is geen crisisinstrument. Het is de lijm van een gemeenschap. En lijm gebruik je niet pas als alles al uit elkaar gevallen is.
Misschien moeten we daar maar weer eens mee beginnen. Gewoon. Zonder aankondiging. Zoals vroeger.
