Nederland is weer eens bezig met een typisch stukje symboolpolitiek: het verbieden van fatbikes in binnensteden. Gemeenteraden vergaderen zich suf, wethouders halen de krant, en ondertussen lachen de fatbikejongens zich kapot.
Want juridisch? Kansloos. Een fatbike is een fiets en een fiets mag overal komen waar een fiets mag komen. Punt.
Toch blijven we elkaar wijsmaken dat er een ‘oplossing’ komt. Die oplossing is er al bijna dertig jaar. Hij heet artikel 5 van de Wegenverkeerswet. Het is een van de kortste en meest effectieve regels die we hebben: het is verboden gevaar of hinder te veroorzaken. Daar past alles in. Wheelies door het winkelcentrum? Artikel 5. Met twintig man breed over de weg? Artikel 5. Een oude mevrouw de stoep af rijden? Artikel 5. Geen dure nieuwe regels nodig, gewoon toepassen wat er al is.
Schoon genoeg van
Maar nu komt het venijn: wie moet dat handhaven? Juist. BOA’s en politie. En die hebben er schoon genoeg van om voor scheldende, filmende en dreigende jongeren te staan. Eén fatbikejongetje is nog te doen, maar meestal komt er een hele roedel mee. En dan wordt het ineens link. Voor je het weet belandt de BOA zelf op sociale media, uitgejouwd door het halve dorp, terwijl de dader weer vrolijk verder trapt.
Het resultaat is voorspelbaar: nul handhaving. En dus nul oplossing. En dus nóg meer overlast, nóg meer roepen om verboden en nóg meer symboolpolitiek.
De werkelijkheid is simpel: zolang we niet bereid zijn om artikel 5 stevig en consequent te handhaven, mét voldoende rugdekking voor de mensen die dat moeten doen, verandert er niets. Geen verbod, geen bordje, geen raadsvergadering gaat daar wat aan veranderen.
Stoppen met praten
Wie echt fatbikes wil aanpakken, moet stoppen met praten over verboden en beginnen met zichtbaar, consequent optreden. En ja, dat kan schuren. Want een fatbike is misschien een fiets, maar het gedraagt zich vaak als een scooter. En wie ertegen optreedt, moet weten dat er weerstand komt. Maar zolang we liever wegkijken om het gezellig te houden, hebben de fatbikejongens vrij spel.
Misschien moeten we dat dan ook gewoon eerlijk zeggen: wij durven niet.
