‘De eeuwige wederopstanding van Coevorden’

Er was een tijd dat Coevorden het beating heart van het noorden was. Als je van zuid naar noord wilde — of andersom, want visa versa klinkt altijd chiquer — dan móést je wel door Coevorden. Het was een soort middeleeuwse douanepost avant la lettre. Zonder Coevorden geen doorstroom. Zonder doorstroom geen handel. En zonder handel geen Coevorden. Dus floreerde de stad. Even.

Toen kwamen er betere wegen. Rechtere wegen. Wegen die niet door Coevorden liepen. En zoals dat gaat in de vaderlandse geschiedenis: zodra iets niet meer strategisch is, wordt het al snel pittoresk – wat doorgaans een eufemisme is voor armoedig, leegstaand en grauw. Coevorden verloederde. De strategische poort naar het noorden werd een achterdeur naar nergens.

Maar toen! Zoals de feniks uit de as herrijst, werd eind 19e eeuw het Stieltjeskanaal gegraven. En ineens werd Coevorden weer relevant. Turf! Zoveel turf dat men het er warm van kreeg. Letterlijk, want heel Nederland stookte erop. Vanuit het veengebied schoof die zwarte smeulwaar via Coevorden richting Zwartsluis, en vandaar naar het westen waar ze dachten dat alles daar al begon — en eindigde.

Maar ook deze glorietijd bleek van korte duur. Eerst kwamen de kolen. Toen kwam het gas. En zoals dat gaat met energie, zijn we altijd op zoek naar de volgende hype. Turf was passé. En daarmee weer Coevorden. Alweer.

Toch gloort er hoop aan de horizon. Een nieuwe wederopstanding! De spoorlijn Coevorden – Bad Bentheim krijgt nieuw leven ingeblazen. In de toekomst mag je in Coevorden overstappen van een dieselslurpende trein uit Duitsland op een keurige, glanzende, elektrisch aangedreven sprinter richting het beschaafde deel van Nederland. Jawel, in Coevorden vindt straks de Grote Transitie plaats: van brullend verleden naar zoemend toekomstgeluid.

Er is echter één klein detail: de Duitsers zijn nog niet zo ver. Daar raast voorlopig nog vrolijk de diesel langs de bierkelders. Elektrificatie kost geld. Veel geld. En omdat we als Nederland graag goed willen doen (vooral met andermans belastingcenten), gaan we waarschijnlijk meebetalen aan de bovenleidingen over de grens. Want stel je voor dat we die drie mensen per dag die tussen Emlichheim en Hardenberg pendelen teleurstellen.

Voor Coevorden maakt het niet uit. Elke keer als we denken dat de stad definitief vergeten is, weet ze zichzelf opnieuw uit te vinden. Coevorden, de stad met zeven levens. En minstens vijf doorvoerfuncties. Het is maar afwachten op de volgende.

Misschien een hyperloop? Of teleportatie. Als er maar subsidie op zit.